Algemene informatie

Hier vindt u antwoorden op uiteenlopende onderwerpen

  • Dwangvoeding
  • Gebit
  • Ontwormen
  • Sterilisatie & castratie
  • Vaccineren

Dwangvoeding

Dwangvoeding bij konijn

Als gevolg van de narcose kan het konijn stoornissen krijgen in het maag-darmkanaal. Een gevolg hiervan is dat het beestje niet of zeer slecht gaat eten. Dit heeft dan weer tot gevolg dat de darmen stil gaan liggen, hetgeen de algehele toestand van het konijn alleen maar slechter maakt. Om dit te voorkomen moeten we in zo’n geval over gaan op dwangvoeding.

Wat kunt u dan voeren?

  • Vezelpoeder vermengd met water, zoals bijvoorbeeld: “supreme science recovery”.
  • Baby voeding. Pure worteltjes of een fruithapje. Let op: geen vlees en/of aardappels.
  • Geweekt korrelvoer. Het weken dient u in water te doen.
  • Nutrilon soya babyvoeding. Mengen met water, niet met melk!

Voor het voeren neemt u het konijn op schoot en druppelt u vanaf de zijkant, achter de voortanden, de voeding langzaam in de bek. Gebruik hiervoor een spuitje of pipetje. Let er goed op dat het dier de voeding ook daadwerkelijk doorslikt. Doe het met kleine beetjes, verdeeld over de dag. Zo’n zes tot acht keer. Geef eventueel ook nog water ter voorkoming van uitdroging. Naast deze dwangvoeding dient u het dier ook hooi en brokjes te geven. Tel goed wat u geeft, zodat u zelf kunt zien of het dier zelfstandig gaat eten.

Let op! Het dier mag niet afvallen. Dus moet u het dagelijks wegen. Als richtlijn voor de dwangvoeding geldt 50 ml per kilo lichaamsgewicht per dag.

U zult merken dat, als uw dier minder fit is, het ook minder moeite zal doen om te drinken. Drinken uit een drinkfles vergt nogal wat inspanning. Gebruik daarom een waterbak. Ook belangrijk is dat u zorgt dat het belangrijkste voedingsbestanddeel voor uw konijn, t.w. hooi, in voldoende mate aanwezig is.

Als het konijn weer brokjes gaat eten, geef dan uitsluitend de korrelvoeding. Hiervan ziet elk brokje er hetzelfde uit.

Gebit

Gebit bij het konijn

Normale gebit

Het melkgebit van konijnen wisselt rond de geboorte, hier merk je weinig van. Het gebit van een konijn bestaat uit voortanden, stifttanden en kiezen en groeien het hele leven door. Dit komt omdat de wortels in het gebit aan de onderkant open zijn. De snijtanden kunnen wel 4 mm per week groeien. De kiezen kunnen wel 10 cm per jaar groeien! Het oppervlak van de kiezen is geribbeld. Deze ribbels zijn nodig voor het schurend effect op de plantendelen. Door te kauwen houden konijnen in hun gebit de tanden en kiezen op de juiste lengte en in de juiste vorm. Het is dus van groot belang dat konijnen veel en lang kauwen.

Gebitsproblemen konijn voorkomen

Dieetadvies

De juiste hoeveelheid en samenstelling van het konijnenvoer is van levensbelang voor uw dier. Doorgroeien van de kiezen kunnen geheel of gedeeltelijk voorkomen worden door van jongs af aan de juiste voeding te geven. Met alleen pellets (brokjes) als voeding hoeven konijnen maar 40 minuten per dag te kauwen om in hun energiebehoefte te voorzien, hiermee slijten ze dus onvoldoende hun kiezen af. Met alleen groenvoer/hooi moeten konijnen tien tot elf uur per dag eten/kauwen om in hun energiebehoefte te voorzien. Het meer dan tien uur kauwen is heel belangrijk om gebitsproblemen te voorkomen. Als ze te weinig kauwen kunnen er in het gebit van het konijn scherpe haken op de kiezen ontstaan die wondjes geven aan de tong of aan de binnenzijde van de wangen. Door de pijn zullen ze moeite krijgen met eten en daardoor vermageren. 

Hooi

Hooi vormt de basis van de voeding. Uw dier heeft structuur nodig in de voeding dat biedt hooi of gras. Dit ruwvoer zorgt voor een goede darmwerking. Konijnen hebben een grote blinde darm waarin ze veel voedsel kunnen opslaan, hierdoor kunnen ze veel ruwvoer verwerken. Vierentwintig uur per dag moet er hooi voor het dier ter beschikking staan, het konijn mag zoveel hooi krijgen als het zelf wil of kan eten.

Brokjes

De meest lekkere maaltijden zijn verkrijgbaar in dierenspeciaalzaken. Wij adviseren om géén granenmix te geven, er wordt dan selectief gegeten. Het zoekt de lekkerste hapjes uit en laat de biks korrels staan (waar juist de goede voedingsstoffen in zitten). Vooral calcium is van groot belang. Een tekort aan calcium geeft tand- en kiesproblemen. Het bot wordt te zacht en de gebitselementen komen los te zitten in de kaak. Daarom is het beter eenvoudige biks brokjes te geven. 
Niet alle merken konijnenvoeding hebben dezelfde kwaliteit. Wij raden Science Selective Rabbit® aan, een volledig voer waar extra vezels inzitten. U kunt een gratis proefzakje op komen halen.
Een konijn mag 20 gram brokjes per kilogram lichaamsgewicht eten per 24 uur. (Voor Science Selective Rabbit® komt 20 gram overeen met 2 ½ eetlepel).  Als je meer geeft dan vergeet het konijntje hooi en blindedarmkeutels te eten, terwijl dat juist zo belangrijk voor hem is. Tevens kan teveel biksopname zorgen voor een te hoge calciumopname en dit kan lijden tot blaasstenen of blaaszand.

Groenvoer

Groenvoer is een aanvulling op hooi. In groenvoer zitten weinig koolhydraten en veel structuur. Let op dat het niet meer is dan 50-100 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Gras moet in het basispakket zitten. In gras zit ook weer veel structuur, maar gras bevat ook bepaalde zuren waardoor de kiezen goed slijten en de vorming van haken op de kiezen vertraagd of voorkomen kan worden. Pluk geen gras op plaatsen waar wilde konijnen komen, het gras kan dan besmet zijn met VHS ( RHD type 1 en/of type 2). En geef geen gemaaid gras, de kwaliteit van het gras gaat namelijk snel achteruit.

Géén knaagstenen

Knaagstenen worden in veel dierenwinkels verkocht. Deze knaagstenen bevatten veel calcium, dit is slecht. Hierdoor kunnen ze een te hoog calcium opname, nier- en blaasstenen ontwikkelen. 

Gebitsproblemen door onjuist voer

Wanneer groei en slijtage van de tanden en kiezen bij het gebit van het konijn niet in evenwicht is, ontstaan problemen. Helaas komt dit nogal eens voor.
Konijnen hebben een ongewone calciumstofwisseling. Wanneer een konijn voeding met te weinig calcium krijgt (voer met gemengde granen), ontstaat er een tekort aan calcium in het bloed. Hierdoor kan het beestje calcium uit zijn (kaak)bot gaan halen. Dit veroorzaakt botontkalking. 
Een te hoog calciumgehalte in de voeding zal een stijging van het calcium gehalte in het bloed geven. Hierdoor ontstaat, in tegenstelling tot bij andere diersoorten, een verhoging van het calcium in de urine waardoor blaaszand of blaasstenen kunnen optreden. 

Het is belangrijk om het konijn een goed uitgebalanceerd dieet te geven. Dit bestaat uit veel hooi van goede kwaliteit, groenvoer en bikskorrels. Door calciumtekort ontstaan een aantal problemen zoals:

  • De kiezen komen losser in het kaakbot te staan, hierdoor ontstaan door afwijkende slijtage haken op de kiezen welke de tong en de wang beschadigen;
  • Afwijkende stand van de snijtanden, waardoor deze niet goed op elkaar afslijten. Ze gaan in een verkeerde richting groeien en worden daardoor te lang;
  • Glazuurdefecten van de snijtanden waardoor horizontale richels ontstaan in de snijtanden;
  • Wortels zullen in de verkeerde richting gaan groeien. Ze gaan richting het bot groeien omdat de tegendruk van het bot wegvalt. Hierdoor kunnen botontstekingen en zelfs abcessen ontstaan;
  • Er kunnen ontstekingen in de traanbuizen ontstaan, ten gevolge van de naar boven doorgroeiende wortels. De ogen gaan ontsteken met veel (pussig=wit) ooguitvloeiing. 

Andere oorzaken gebitsproblemen

Andere oorzaken van gebitsproblemen kunnen liggen in erfelijke factoren, trauma (breuk van de kaak na een val of het breken van tanden, bijvoorbeeld na het knippen van de snijtanden), andere gezondheidsproblemen en tandinfecties (zelden). Als een konijn jonger dan één jaar al gebitsproblemen heeft, dan is het waarschijnlijk erfelijk. 

Wanneer naar de dierenarts gaan?

Een konijn is een prooidier en zal niet snel laten merken dat het ziek is! Let daarom op de volgende symptomen:

  • Vermageren;
  • Verandering van het eetpatroon;
  • Eten dat uit de mond valt;
  • Traanogen;
  • Neusuitvloeiing;
  • Speekselen (natte kin);
  • Vieze voorpoten (door poetsen aan vieze kop);
  • Knarsetanden (geeft aan dat het ergens pijn heeft);
  • Uitpuilende oogbol;
  • Slechte vacht (door tandproblemen soms minder vachtverzorging);
  • Abnormale keutels (kleiner of minder keutels);
  • Afwijkende stand van de snijtanden;
  • Dikte aan de kaak/kop (mogelijk abces).

Indien u deze tekenen waarneemt bij uw konijn is het van belang het dier te laten onderzoeken door de dierenarts. Die kan controleren of er afwijkingen zijn aan het gebit. Sommige afwijkingen zijn bij het wakkere dier al te zien, zoals haken op de kiezen, beschadigingen in de mondholte of scheefgroeiende snijtanden. Voor een betere inspectie van de mondholte is het vaak nodig om het dier onder narcose te brengen. Om kieswortelproblemen te kunnen vaststellen is het nodig om röntgenfoto’s te maken van de kaken (bijvoorbeeld in het geval van kaakabcessen).

Behandeling van doorgroeiende snijtanden

Doorgroeiende snijtanden in het gebit van een konijn is een veel gezien probleem. Deze problemen staan soms op zichzelf maar kunnen ook een teken zijn van kiesafwijkingen. De snijtanden kunnen worden ingekort door deze om de zoveel weken/maanden te laten slijpen. Snijtanden knippen geeft erg veel schade aan de tanden, met alle gevolgen van dien. Dit raden wij dan ook sterk af! Soms is het beter om de snijtanden te laten trekken onder narcose. Ze groeien dan meestal niet meer terug. Het konijn kan daarna ook nog steeds groenten en hooi eten.

Tandheelkundig dierenarts: Marèse van Haneghem.

Ontwormen

Ook bij konijnen is ontwormen van groot belang. Er wordt regelmatig gezegd dat konijnen geen last hebben van worminfectie. Veel dierenartsen zijn het hier niet mee eens! Regelmatig hebben konijnen last van terugkerende stille darmen door een worminfectie. Deze konijnen hebben geen of afwijkende keutels en geen of weinig eetlust. De wormen zitten meestal in de blindedarm of caecum. Daarom zie je vaak alleen wormen in de zachte keutels en niet in de normale stevige keutels. De meest voorkomende worm is de Passalurus ambiguus of de Pinworm. Een konijn kan al na de geboorte door de moeder besmet worden en dit jarenlang met zich meedragen. Ook kan een konijn door een ander konijn besmet worden. Een konijn dat buitenkomt kan een wormbesmetting oplopen.

Soms kunt u als eigenaar op de keutels witte sliertjes zien, dit is de pinworm of Passalurus ambiguus. Deze wormen kunnen goed bestreden worden met Panacur (= Fenbendazol). Dit kan met pasta of suspensie, gedurende 14 dagen. (NB: Er zijn bijna geen geregistreerde diergeneesmiddelen voor konijnen. Het hiervoor beschreven diergeneesmiddel is geregistreerd voor het gebruik bij de hond of de kat!)

Sterilisatie & castratie

Wat houdt steriliseren/castreren in? 

Het woord sterilisatie komt in feite uit de humane geneeskunde en wordt in de diergeneeskunde veelal eigenlijk foutief gebruikt. “Steriliseren” is het onderbinden van de eileiders of zaadleiders, waarbij de eierstokken respectievelijk de teelballen behouden blijven, met als doel  onvruchtbaarheid van de patiënt te bewerkstelligen. Bij konijnen wordt altijd een “castratie” uitgevoerd: de eierstokken respectievelijk de teelballen worden geheel verwijderd. Hiermee is het dier dus niet alleen steriel geworden, maar ook de productie van geslachtshormonen wordt stilgelegd. Bij konijnen wordt bij vrouwelijke dieren altijd een castratie geadviseerd.

Castratie van een vrouwelijk konijn wordt geadviseerd om de volgende reden:

  • Voorkomen van hormonale problemen, bijvoorbeeld cysteuze eierstokken.
  • Voorkomen van ongewenste dracht.
  • Voorkomen van baarmoederontsteking
  • Voorkomen van baarmoedertumoren (baarmoeder Adeno-carcinoom)
  • Tegengaan van dominantie of agressiviteit bij vrouwelijke konijnen.

Omdat bij vrouwelijke konijnen op latere leeftijd vaak baarmoederproblemen ontstaan,  is het advies om elk vrouwelijk konijn te laten castreren.

Vanaf welke leeftijd

Rammelaars kunnen gecastreerd worden vanaf drie tot vier maanden, wanneer de testikels goed zijn ingedaald. Echter voor de narcose wordt er het liefst gewacht totdat ze een half jaar oud zijn.
Voedsters kunnen iets later worden geholpen, vanaf zes maanden leeftijd. Het kan vanaf vier maanden, maar de operatie is dan moeilijker omdat de eierstokken en baarmoeder diep in de buik liggen.

De operatie

Konijnen en knaagdieren hoeven, in tegenstelling tot honden en katten, niet nuchter te zijn voor een operatie. Dit betekent dat ze gewoon mogen blijven eten. Dit om de werking van de darmen op gang te houden en daarmee darmproblemen tijdens en na de narcose zoveel mogelijk te voorkomen.

Voor de operatie krijgt het dier injecties met pijnstilling, antibioticum, en een infuus van glucose met fysiologische zoutoplossing (NaCl). De narcose kan op verschillende manieren en bestaat veelal uit een injectie met slaapmiddel, eventueel gecombineerd met een mondkapje met gasnarcose. Omdat kleine dieren sneller afkoelen dan grotere dieren wordt de lichaamstemperatuur nauwlettend in de gaten gehouden. Dieren liggen op een warmtematje tijdens de operatie en kunnen zo nodig uitslapen in de couveuse (met warmte en zuurstof).

Wanneer de operatie klaar is wordt er een tegen-injectie gegeven, waardoor de narcosemiddelen sneller uitwerken. Hierdoor wordt het dier sneller wakker en heeft daardoor minder kans om af te koelen. Daarbij is een korte narcose tijd gunstiger voor het maag-darmkanaal, dat dan zo kort mogelijk 'stil' ligt. Als het konijn wakker genoeg is, krijgt het op de praktijk al de eerste dwangvoeding.

Wanneer het dier weer goed wakker is mag het naar huis. U krijgt een formulier mee (nazorg) waarop staat aangegeven waar u de komende dagen rekening mee moet houden met uw konijn.

Thuis zijn een aantal punten belangrijk:

  • Vervang het strooisel in de kooi door handdoeken of kranten, zodat de wond minder snel kan infecteren.
  • Zet het dier in een rustige omgeving, zodat het niet nog meer stress hoeft te verwerken.
  • Houd een buiten-konijn de eerste nacht(en) even binnen of in de schuur, om het risico op onderkoeling te voorkomen.
  • Let goed op of het konijn dezelfde dag (‹twaalf uren na operatie) weer gaat eten, drinken en poepen. Wanneer dit niet zo is, start dan diezelfde dag met dwangvoeren en neem contact op met de dierenarts voor medicatie die de darmwerking stimuleren. Dwangvoeding kan gegeven worden met een spuitje of pipetje in de bek, door vloeibare voeding (zakje critical care) langzaam vanaf de zijkant achter de voortanden in de bek te druppelen.
  • Controleer dagelijks de wond, neem contact op met de dierenarts bij hevige zwelling, roodheid en/of vieze uitvloeiing.
  • Houd gecastreerde rammelaars nog minimaal zes tot acht weken apart van voedsters, er kan nog sperma in de zaadleider zitten wat leidt tot een vruchtbare zaadlozing.

De krammetjes worden na  ongeveer tien dagen verwijderd door de dierenarts.

De beslissing om uw konijn wel of niet te laten castreren, kunt u altijd overleggen met uw dierenarts. U kunt bij ons terecht voor een passend advies voor uw konijn.

Vaccineren

Om te voorkomen dat een konijn ziek wordt van de virussen myxomatose of RHD (VHD) wordt geadviseerd het dier jaarlijks te vaccineren tegen myxomatose en de gebruikelijke variant van het RHD-virus (RHD1). Daarnaast wordt geadviseerd om uw konijn ook tegen RHD type 2 in te laten enten. 

U kunt een afspraak maken voor het enten van uw konijn(en). Dan is uw konijn voor een jaar beschermd tegen myxomatose, VHD type 1 en VHD type 2.
U krijgt van ons jaarlijks een oproep dat uw konijn weer een enting dient te krijgen. Zo hoeft u er zelf niet meer aan te denken, dat doen wij voor u.

Voor de prijs kunt u kijken bij onze tarieven. Wilt u een afspraak maken, dan kunt u klikken op 'afspraak maken' rechts bovenaan onze pagina.
Ook kun u bellen op ons telefoonnummer 0317 - 412 432 om onze telefoniste hierover te spreken of om uw afspraak met haar te maken.