Ziektes & Aandoeningen

Ziektes/ Aandoeningen Hier vindt u informatie over ziektes en aandoeningen bij uw kat

  • Aandoeningen blaas en plasbuis
  • Eikenprocessierups
  • Eosinofiele zweer op de lip
  • Grasspriet in de keel van de kat
  • Patella luxatie (losse knieschijf)
  • Suikerziekte

Aandoeningen blaas en plasbuis

F.L.U.T.D. is de afkorting van Feline Lower Urinary Tract Disease, oftewel “aandoeningen aan de blaas en plasbuis bij katten”. Dit is een algemene term die gebruikt wordt voor verschillende oorzaken van bloed in de urine, vaak kleine plasjes doen en/of pijn bij het plassen.

F.L.U.T.D. kan herkend worden aan:

  • Pijn bij het plassen
  • Vaak plassen
  • Bloed in de urine
  • Naast de kattenbak plassen
  • Overmatig likken van de buik
  • Gedragsverandering zoals onzindelijkheid, agressie of irritatie
  • Aandrang tot plassen, maar het urineren lukt niet.

LET OP: Dit kan door een obstructie van de plasbuis veroorzaakt worden, met name bij katers. Dit is een spoedgeval en er moet dan direct contact opgenomen worden met de dierenarts.

De oorzaken van F.L.U.T.D. kunnen onder andere blaasstenen en -gruis, een gedragsprobleem, een tumor of een bacteriële infectie zijn. In 60 - 70% van de gevallen is er geen oorzaak te achterhalen. Er wordt dan gesproken van F.I.C. “feline idiopathische cystitis”.
Een blaasontsteking op basis van bacteriën komt bij katten maar zelden voor. Slechts 1% van de katten met F.L.U.T.D. heeft een bacteriële blaasontsteking en dit zijn vaak katten met suikerziekte, nierpatiënten of na een blaaskatheterisatie.

Ongeveer 20% van de katten met F.L.U.T.D. heeft last van blaasstenen en/of -gruis. Met name voor katers kan dit een levensbedreigende aandoening zijn. Doordat zij een lange smalle plasbuis hebben kunnen er makkelijk kleine steentjes vast komen te zitten en een obstructie veroorzaken. De kat moet dan wel plassen maar kan, door de obstructie, zijn urine niet kwijt. Dit is echt een spoedgeval! Er moet dan direct contact opgenomen worden met de dierenarts.

Bij ongeveer twee op de drie katten met een blaasontsteking is er geen oorzaak te achterhalen en is er sprake van idiopatische F.L.U.T.D. of FIC. Deze katten hebben een lagere hoeveelheid glycosaminoglycanen in de urine, waardoor de blaaswand makkelijker beschadigd. Met als gevolg dat de zenuwuiteinden in de blaaswand geactiveerd worden. Hierdoor ontstaat de pijn en ontsteking. Daarnaast hebben deze katten niet alleen afwijkingen aan de urineblaas, maar onder andere ook kleinere bijnieren en hebben een overdreven reactie op stress.

F.L.U.T.D. wordt het meest gezien bij jongvolwassen katten, voornamelijk in de leeftijd van twee tot zes jaar. Verder wordt F.L.U.T.D. meer gezien bij katten die:

  • Binnen gehouden worden of maar weinig buiten komen
  • Weinig beweging krijgen
  • Te zwaar zijn
  • Alleen droge kattenvoeding krijgen en weinig water drinken
  • Sterk geconcentreerde urine hebben

Om tot een diagnose te komen is het belangrijk om een goed beeld van de klachten te krijgen. Daarnaast zal ook een lichamelijk onderzoek gedaan worden. Het laatste is met name belangrijk bij katers, om zeker te zijn dat ze niet verstopt zitten. Daarnaast wordt er een urine onderzoek gedaan, waarbij onder andere gekeken wordt naar de concentratie van de urine, ontstekings- en rode cellen in de urine en eventuele aanwezigheid van blaasgruis.

Bij de behandeling van een blaasprobleem in het algemeen zijn drie punten belangrijk:

1) Zorgen dat de kat meer vocht binnen krijgt. Dit kan bereikt worden door natvoer te gaan geven in plaats van brokken. Verder moet er altijd vers water beschikbaar zijn en de kat moet gestimuleerd worden om meer te gaan drinken. Sommige katten drinken liever stromend water en dan kan een waterfonteintje een oplossing zijn. Andere katten drinken het liefst regenwater of juist water uit flessen. Daarnaast kan het helpen als de kat op meerdere plaatsen in huis water kan drinken.

2) Dieet: Vooral als er sprake is van obstructie, blaasgruis of -stenen is een aangepast dieet belangrijk om herhaling van blaasproblemen te voorkomen. Het is te adviseren om deze katten levenslang op het aangepast dieet te houden. Verder zijn er voeders op de markt, die de kat helpen beter met de stress om te gaan, wat kan helpen bij katten met idiopatische F.L.U.T.D.

3) Het laatste belangrijk punt is aanpassen van de levensstijl van de kat. Het is belangrijk dat te dikke katten afvallen en de kat moet gestimuleerd worden om meer te gaan bewegen. Verder is het beperken van stress belangrijk. Bij meerdere katten in huis moet er voor gezorgd worden dat er voldoende kattenbakken, eet- en drinkplaatsen en slaapplaatsen zijn. Als stelregel kan aangehouden worden “het aantal kattenbakken = aantal katten +1”. Daarnaast kan het gebruik van een kunstmatig kattenferomoon Feliway® helpen de stress te verminderen.    

Naast deze drie punten is de behandeling van blaasproblemen afhankelijk van de onderliggende oorzaak. Wanneer er geen oorzaak gevonden wordt en er sprake is van idiopatische F.L.U.T.D., wordt er vaak behandeld met een pijnstillende ontstekingsremmer en eventueel een blaasontspanner.

Om terugval te voorkomen is het voornamelijk belangrijk om stress te beperken. Voor sommige katten betekent een vreemde kat in de tuin of rond het huis al stress en dan is te adviseren om te voorkomen dat deze vreemde kat in de tuin kan komen door de tuin goed af te zetten.
Bij katten die last hebben van blaasgruis en/of -stenen is de behandeling afhankelijk van het soort blaasgruis of -steen. Sommige stenen kunnen door middel van een dieet opgelost worden, maar andere stenen moeten operatief verwijderd worden. Om te voorkomen dat de kat een terugval krijgt is het te adviseren om de kat levenslang op speciaal voer te houden die voorkomt dat er opnieuw blaasgruis en -stenen gevormd wordt.

Prognose

Bij ongeveer 20 tot 60% van de katten met idiopatische F.L.U.T.D. krijgen binnen een jaar opnieuw problemen. Dit percentage kan dalen tot 10% wanneer de vochtopname verhoogd wordt door onder andere natvoer te gaan geven in plaats van brokken en de kat meer te stimuleren tot drinken.    

Eikenprocessierups

Eikenprocessierups gevaarlijk voor uw kat.

Deze rups is gevaarlijk voor uw kat. Als de kat deze rups in zijn bek heeft gehad dan kan acuut of binnen enkele uren zwelling ontstaan in de bek.
Lees meer hierover.

Eosinofiele zweer op de lip

Met enige regelmaat komen er katten op het spreekuur met een verandering aan de lip of in de bek. Ze kunnen meer gaan likken, maar zijn er niet ziek van. Als het een wat geel/oranje kleur heeft zal de dierenarts geen biopten nemen en (symptomatisch) gaan behandelen voor een “eosinofiel granuloom”. Anders zal er een stukje weefsel worden afgenomen om te worden onderzocht.

Eosinofiel granuloomcomplex

Het eosinofiel granuloomcomplex is een groep veranderingen die vaak voorkomt bij de kat. De veranderingen kunnen in de huid, de mondholte, de lippen en slijmvliezen gevormd worden door ontstekingscellen, de eosinofiele granulocyten. De oorzaak kan variëren, maar het gaat meestal om een allergie. Als de oorzaak achterhaald kan worden, kan de behandeling hierop gericht zijn. Meestal is de oorzaak onbekend en zal er symptomatisch behandeld moeten worden.

Eosinofiele granulocyten

Eosinofiele granulocyten zijn cellen die betrokken zijn bij verschillende ontstekingsreacties. Deze, van oorsprong, witte bloedcellen vertrekken naar de huid of slijmvliezen bij een allergische reactie of een parasitaire infectie.
Bij de kat kunnen deze cellen samenscholen en daardoor typische veranderingen veroorzaken op de huid, lippen, verhemelte en op, of onder, de tong.

Eosinofiele zweer (indolent ulcus) op lip  

De eosinofiele zweer is een goed begrensde zwelling van de bovenlip met een geel tot roze oppervlak. Het kan eenzijdig voorkomen, maar ook aan twee kanten (symmetrisch). Deze plekken komen in 80% van de gevallen op de bovenlip voor, maar kunnen ook in de bek voorkomen, vooral op het verhemelte.
Hoewel de plekken op de lip en in de bek behoorlijk uitgebreid kunnen zijn, heeft de kat er ogenschijnlijk geen last van.
De plekken in de bek kunnen, als ze niet behandeld worden, na verloop van tijd kwaadaardig ontaarden. Daardoor kan er een kwaadaardige tumor in de bek ontstaan.

Wat is de oorzaak?

Veranderingen van het eosinofiele granuloomcomplex worden meestal uitgelokt door een overgevoeligheidsreactie of allergie. In de literatuur zijn er ook katten beschreven met een verhoogde gevoeligheid voor deze aandoening binnen bepaalde families. Dit is onder andere het geval bij de Noorse boskat.

Diagnose

De diagnose kan door de dierenarts vaak gesteld worden aan de hand van het typische uiterlijk van de plekken. Bij twijfel moet er aanvullend onderzoek gedaan worden. De dierenarts kan een afdrukpreparaat maken voor celonderzoek en biopten (stukjes weefsel) nemen voor weefselonderzoek.

Behandeling

De behandeling bestaat uit het onderdrukken van de allergische reactie. Hiervoor bestaan behandelingsmogelijkheden zoals cyclosporine of corticosteroïden. Dit zijn in principe symptomatische behandelingen omdat hiermee de allergische reactie geremd wordt, maar de allergie niet uit de kat verdwijnt.
Om te voorkomen dat er nieuwe veranderingen ontstaan is het belangrijk om te zoeken naar de achterliggende oorzaak van de allergische reactie. Het probleem kan opgelost worden door de prikkel die de allergie uitlokt weg te halen uit de omgeving van de kat. Vaak is dit niet te achterhalen.

Grasspriet in de keel van de kat

Waarom bij katten een grasspriet in de neus of keel blijft vast zitten is niet precies bekend. Het meest waarschijnlijk lijkt dat de kat een lange spriet maar gedeeltelijk doorslikt, waarna het voorste deel daarvan over het zachte gehemelte richting neus gaat. De grasspriet is ruw in de ene richting en glad aan de andere zijde. Daardoor kan hij wel opschuiven maar niet meer terug. De kat kan de verschijnselen hebben van: kokhalzen, hoesten, niezen en moeite met slikken. Deze symptomen lijken erg op niesziekte. De kat kan soms zelfs gewoon nog eten. Behandeling met antibiotica geeft natuurlijk geen verbetering. 

 

De diagnose wordt gesteld d.m.v. keel inspectie onder narcose. Daarvoor wordt een laryngoscoop (een soort staaflampje) gebruikt. Wordt de grasspriet gevonden dan dient die voorzichtig met een pincet verwijderd te worden. Als niet wordt opgemerkt dat er een grasspriet in de neus zit dan zal, na verloop van tijd, de spriet via de neus naar buiten worden gewerkt. Dit gaat gepaard met een ernstige ontsteking, met veel pusvorming. Logisch dat dit bij de kat veel ongemak veroorzaakt.

Patella luxatie (losse knieschijf)

Patella luxatie is een aandoening in de knie van een kat die zonder behandeling kan verergeren. Er zijn meerdere behandelmogelijkheden om de knieschijf terug op zijn plaats te krijgen.

Wat is patella luxatie?

Patella luxatie is een aandoening waarbij de knieschijf af en toe of permanent uit zijn groeve schiet. De knieschijf hoort permanent in een groeve van het bovenbeen te blijven zitten. Bij katten met patella luxatie is de groeve waarin de knieschijf zich bevindt te ondiep. Bij dieren met een aangeboren patella luxatie zien we vaak dat de geul zich afwijkend heeft ontwikkeld. Vaak is de geul te ondiep of soms zelfs helemaal niet aangelegd.

Hoe ontstaat een patella luxatie?

De ontwikkelingsproblemen lijken een erfelijke grondslag te hebben. Hoe de vererving verloopt, is nog niet bekend. Het lijkt erop dat meerdere genen invloed hebben op dit probleem. Verder is aangetoond dat katten met heupproblemen (bijvoorbeeld heupdysplasie) meer kans hebben op het ontwikkelen van patella luxatie. (1)

Onderzoek van de knie 

Als uw dier een patella luxatie lijkt te hebben, dan beweegt de onderzoekende dierenarts de knie op verschillende manieren om vast te stellen hoe ernstig de knieschijf luxeert. Luxeren betekent verplaatsen, in dit geval van de knieschijf buiten de groeve. Er worden röntgenfoto’s gemaakt om andere knieproblemen uit te sluiten en een indruk te krijgen van aanwezige slijtage in de knie (artrose) en nieuwe botvorming.

 

De ernst van de patella luxatie wordt vastgesteld in de volgende gradaties:

Graad 1: de knieschijf kan handmatig uit de geul gedrukt worden, maar zal bij loslaten vanzelf weer terugschieten;
Graad 2: de knieschijf schiet al uit de geul wanneer de knie wordt gebogen of  gedraaid;
Graad 3: de knieschijf ligt permanent naast de geul, maar kan nog wel handmatig teruggeduwd worden;
Graad 4: de knieschijf ligt permanent naast de geul en is ook niet meer terug te duwen.
 
Bij de kat komen meestal graad 1 en 2 voor.

Symptomen

Katten met patella luxatie vertonen niet altijd dezelfde klachten. Als er sprake is van klachten aan één been wisselt het dier normaal lopen af met het totaal niet gebruiken van het been. De mate van het ontlasten van het been varieert met de ernst van de aandoening. Er zijn katten die helemaal niets laten zien. Alleen als de kat er last van heeft wordt een operatie geadviseerd.

Operatie van de patella luxatie

Door de geul te verdiepen, kan de knieschijf moeilijker uit de geul gaan. Daarvoor wordt de geul dieper gemaakt met behoud van het kraakbeen. Bij een afwijkende stand van onder- en bovenbeen wordt de aanhechting van de knieband op het onderbeen verplaatst. Het botstukje waar de kniepees op aanhecht wordt losgezaagd. De aanhechting van de kniepees die te ver naar binnen (mediaal) of buiten (lateraal) ligt wordt losgemaakt en op de juiste positie vastgezet. Hiervoor worden twee metalen pinnen gebruikt. Het uitgerekte gewrichtskapsel wordt ingekort en als de knie instabiel is moet dat ook chirurgisch behandeld worden. 

Marèse van Haneghem
Orthopedisch dierenarts Dierenkliniek Kortenoord

Bekijk klantenervaringen

Suikerziekte

Suikerziekte bij de kat

Wat is suikerziekte?

Bij suikerziekte (Diabetes Mellitus) maakt de kat te weinig van het hormoon insuline aan. Insuline zorgt ervoor dat suiker kan worden opgenomen in de lichaamscellen. Bij suikerziekte komt suiker dus niet in de cellen terecht, maar blijft in het bloed zitten. Hierdoor krijgen de cellen geen brandstof en wordt het vocht uit de cellen gezogen. De suiker en het vocht worden vervolgens uitgeplast.

Symptomen van suikerziekte bij de kat:

  • Veel drinken en veel plassen
  • Meer eetlust, maar dunner worden
  • Meer slapen
  • Houden zich minder schoon en als gevolg hiervan ontstaat er een dichte en pluizige vacht
  • Voordat ze ziek werden waren ze al te zwaar

Behandeling van suikerziekte bij de kat.

Katten met suikerziekte dienen injecties insuline te krijgen. Daarnaast is een speciaal dieet ook belangrijk.

Om te bepalen hoeveel insuline de kat nodig heeft, is herhaaldelijk bloedonderzoek nodig. Dit is gemakkelijk te doen met een bloedsuiker glucosemeter.

Wanneer er bij uw kat suikerziekte wordt geconstateerd, is dit vaak even schrikken. Uw kat zal 2x daags een spuitje met insuline toegediend dienen te krijgen. Dit klinkt misschien spannend, maar dit is heel erg goed te leren. Vervolgens is het -zeker in het begin- nodig om regelmatig de bloedsuikerspiegel (glucose) te controleren. Het is daarom belangrijk om met uw kat langs te komen voor een diabetescontrole. Onze paraveterinair Nyncke kan u helpen met de nodige begeleiding. Bij de suikercontrole zal er bloed worden geprikt om de glucose waarde te meten. Indien nodig zal Nyncke met onze dierenartsen overleggen over de aanpassing van de dosering insuline.

Heeft u vragen over suikerziekte? Ook dan kan Nyncke u verder helpen. Als het bijvoorbeeld nodig is om een dagcurve te maken dan zal uw kat opgenomen kunnen worden zodat zij zich over uw kat kan ontfermen en elk uur bloed kan afnemen.

Samen kunnen we ervoor zorgen dat suikerziekte geen belemmering is voor een leuk leven!