Algemene informatie

Hier vindt u antwoorden op vragen m.b.t. uiteenlopende onderwerpen

  • Artroscopie
  • Chippen
  • Endoscopie
  • Gastropexie
  • Gebit
  • Hond mee op reis
  • Honden en chocolade
  • Hondentraining
  • Hotspot
  • Inentingen
  • Laparoscopie
  • Lasertherapie
  • Nagels knippen
  • Ogen
  • Ontvlooien
  • Ontwormen
  • Oren
  • Overgewicht
  • Oververhitting
  • Röntgenfoto hond
  • Sterilisatie bij de hond
  • Teek bij de hond
  • Wassen van de hond

Artroscopie

Kijkoperatie in het gewricht

Bij Dierenkliniek Kortenoord worden er ook artroscopieën uitgevoerd bij honden. Dit is een kijkoperatie in een gewricht, zoals bijvoorbeeld de knie of elleboog. ‘Artro’ staat voor gewricht, en ‘scopie’ staat voor het kijken.
 

Hoe verloopt deze operatie?

Bij een artroscopie worden er twee kleine incisies van 4 millimeter in het gewricht gemaakt. Via deze twee insneden wordt een kijkinstrument (de artroscoop) ingebracht. Via deze zelfde insneden kan ook de behandeling zelf plaatsvinden.

Wanneer artroscopie?

Er zijn verschillende gewrichten een aandoeningen waarvoor deze methode zeer geschikte. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Elleboog dysplasie, zoals OCD en LPC.
  • Knieproblemen, zoals inspectie bij voorstekruisbandletsel en meniscusproblemen.
  • Schoudergewricht waar OCD of bicepsafwijkingen zijn.
  • Hakgewricht met OCD

Voordelen van artroscopie ten opzichte van andere behandelingen

Het grote voordeel is dat deze methode een beperkte belasting voor de patiënt met zich meebrengt. Immers, er zijn maar kleine sneden van enkele millimeters nodig. Er hoeft dus geen grotere snede gemaakt te worden om het gewricht goed in beeld te krijgen. Daarbij is het ook een groot voordeel dat de binnenkant van het gewricht goed zichtbaar is. De structuren in het gewricht zijn met een artroscopische behandeling het best te beoordelen.

Bovendien kan bij deze operatievorm de diagnose én de behandeling tegelijkertijd uitgevoerd worden.

Hoe wordt een artroscopie uitgevoerd?

Voor een artroscopische behandeling moet uw huisdier altijd onder narcose. Via chirurgische operatie zal de huid op twee plaatsen een kleine snede krijgen om het instrumentarium toegang te geven naar het te behandelen gewricht. De arthroscoop zelf is een klein dun buisje met lenzen. Op de scoop wordt buiten het gewricht een videocamera en een lichtkabel. De arthroscoop wordt in het gewricht gebracht met een beschermende schacht. Ook wordt er tijdens het kijken steriel water door het gewricht gespoeld.
De chirurg kijkt naar een beeldscherm waar een sterk uitvergroot en scherp beeld te zien is van het gewricht. Vervolgens wordt er via de andere snede andere instrumenten ingebracht om het gewricht te behandelen.

Postoperatief (na de operatie)

Een artroscopie is geen ingrijpende operatie voor uw hond, het zijn immers maar een paar kleine sneden die zijn gemaakt. Echter wil dat niet zeggen dat uw hond ook snel hersteld is en alles weer mag.
De revalidatie en het herstelperiode na de kijkoperatie hangen af van de ernst van de gewrichts-problemen in het behandelde gewricht.
De eerste zes weken zal de patiënt minimaal mogen bewegen en aangelijnd moeten worden uitgelaten. De snelheid van revalidatie hangt af van een aantal factoren. De revalidatie van een oudere hond loopt bijvoorbeeld vaak veel trager dan die van een jongere hond. Maar ook de hoeveelheid artrose aanwezig op het moment van de operatie is bepalend voor een sneller of juist trager verlopend herstel. Over het algemeen geldt hoe langer er wordt gewacht met een operatie van een gewricht, des te meer artrose er zal ontstaan, en des te langer zal de revalidatie duren. Ook het gewicht van de hond is belangrijk; lichte honden revalideren beter dan (te) zware honden.

Na de artroscopische behandeling kan de orthopedisch chirurg u informeren over de te verwachte prognose en herstelperiode voor uw hond. U krijgt een nazorg mee na de operatie met uitleg over de revalidatie en de medicatie na de operatie.

Kosten van een artroscopie

Voor een kostenraming van een artroscopische behandeling kunt u het beste bij onze orthopedische chirurgen zelf terecht. Bij ons in de kliniek zijn dit dierenarts Marèse van Haneghem en dierenarts Brian Elward. Zij kunnen u goed informeren over de kosten die u kunt verwachten.

Vragen?

Heeft u een vraag over de operatie, of wilt u graag een afspraak maken? Bel ons dan op telefoonnummer 0317-412432. Wilt u graag de orthopedische chirurg zelf spreken? Dat kan! U kunt een van onze assistentes hierom vragen en dan zal u teruggebeld worden.

Chippen

Door een chip is altijd te achterhalen dat het uw hond betreft, bijvoorbeeld na weglopen of een aanrijding. Alle instellingen die met honden werken hebben een chipreader in bezit en alle chipnummers zijn tevens op internet te achterhalen. Sinds 1 juni 2013 is het verplicht om pups voordat ze zeven weken oud zijn, te laten chippen, dit is dus al gebeurd bij de fokker. Indien uw hond meegaat naar het buitenland, is het verplicht om de hond te kunnen identificeren middels een chip of een tatoeage.

Een chip is een kleine transponder die met een prik onder de huid wordt ingebracht. Met een speciale scanner kan het nummer op de chip uitgelezen worden. Dit nummer is gekoppeld aan de gegevens van de eigenaar. In geval van een ongeluk of vermissing kan direct de eigenaar gewaarschuwd worden.

Er zijn verschillende problemen die het welzijn van honden (en andere huisdieren) bedreigen. Zo zijn er dieren die worden mishandeld, verwaarloosd of achtergelaten door hun eigenaar. Ook vinden in de fokkerij en handel misstanden plaats, onder meer de import van buitenlandse honden zonder juiste vaccinatie of zonder herkenbare afkomst. In Nederland vindt ook bedrijfsmatige fokkerij plaats waarbij de fokker zich niet aan de regels houdt. Om deze problemen effectiever aan te kunnen pakken moet de herkomst van een dier kunnen worden achterhaald.

Endoscopie

Bij Dierenkliniek Kortenoord kunt u terecht voor een endoscopie (vaak afgekort als scopie) van uw hond of kat. Met een endoscopie is het mogelijk om met een camera in de maag en de darmen van uw dier te kijken. Een endoscopie kan voor meerdere problemen geïndiceerd zijn.

Voor honden en katten

Een endoscopisch onderzoek kan worden ingezet bij honden en katten die last hebben van chronische maag- en darmproblemen waarbij ander onderzoek nog geen uitsluitsel heeft gegeven over de oorzaak hiervan. Er kan dan met de camera gekeken worden hoe de maag en de darmen er aan de binnenkant uitzien. Vervolgens kunnen er met een biopteur (klein happertje), stukjes weefsel uit de maag en darm gehaald worden om in het lab nader te laten onderzoeken. Dit geneest heel snel en uw dier zal hier geen schade aan overhouden.  In het lab kunnen aan de hand van dit biopt veel diagnoses gesteld worden, omdat hier op celniveau naar gekeken kan worden.

Voorwerp verwijderen zonder operatie

Soms kan het zijn dat uw dier iets opeet wat niet verteerbaar is. In sommige gevallen is het mogelijk om een voorwerp uit de maag te verwijderen met behulp van de endoscoop. Dit heeft als voordeel dat uw hond of kat niet geopereerd hoeft te worden en het herstel erg snel verloopt. Denk hierbij aan ijsstokjes, stukjes plastic, tennisballen, spareribs en sokken. Deze voorwerpen hebben wij al meerdere malen succesvol met gebruik van de endoscoop kunnen verwijderen uit de maag van honden en ook katten.

In onderstaande video ziet u hoe wij een gastroscopie uitvoeren.

Gastropexie

Een maagtorsie of verdraaiing van de maag is een acute, levensbedreigende aandoening, waarbij onmiddellijk moet worden ingegrepen. Door gasvorming in de maag wordt deze opgeblazen tot een grote ballon (maag dilatatie). Als de maag daarnaast ook nog eens om z’n as draait (torsie), leidt dit ertoe dat de in- en uitgang van de maag worden afgeknepen en het gas er niet uit kan. In korte tijd wordt de maag steeds groter en groter. Ook kunnen de milt en bloedvaten meegetrokken worden, waardoor deze kunnen worden afgekneld. Vooral grote honden met een diepe borstkas hebben een groter risico op een maagtorsie. Afhankelijk van het ras komt het voor bij 4-35% van de honden. 

Risicorassen zijn:

  • Duitse Dog 
  • Berner Sennen
  • Zwitserse Sennen
  • Doberman 
  • Boxer 
  • Retriever
  • Bordeaux dog
  • Duitse Herder 
  • Mechelse herder
  • Ierse wolfshond
  • Deerhound 
  • Bearded Collie

Oudere honden hebben een grotere kans op een maagtorsie en wanneer een hond eenmaal een maagtorsie heeft gehad, is de kans op herhaling 80%. Daarnaast is bekend dat honden waarvan een van de ouderdieren een maagtorsie heeft gehad, ook een verhoogd risico lopen om zelf een maagtorsie te krijgen. 

Om de kans op een maagtorsie aanzienlijk te verkleinen kan de maag preventief vastgehecht worden aan de binnenkant van de buikwand. Dit noemen we een gastropexie. Na gastropexie is de kans op een maagtorsie bij de risicogroepen nog maar 4,3 %.
Voorheen was dit een grote ingreep voor de hond, waarbij een grote snede in de buik gemaakt moest worden. Tegenwoordig kunnen we middels een kijkoperatie (laparoscopie) de maag via een eenvoudige ingreep vastzetten. Deze operatie duurt veel korter dan de traditionele methode en de wondjes zijn veel kleiner. Dit betekent een snellere wondgenezing en minder pijn na de operatie. 

Een laparoscopische gastropexie kan al op jonge leeftijd gedaan worden. Bij teven kunnen we dit tijdens dezelfde ingreep als de laparoscopische sterilisatie doen, maar ook bij reuen adviseren we om de maag preventief vast te laten zetten.

Om ernstige problemen door een maagtorsie te voorkomen adviseren we, zeker bij de risicorassen, of in geval van eerdere problemen, het preventief vastzetten van de maag middels laparoscopische gastropexie.

De beslissing om uw hond wel of niet te laten opereren, kunt u altijd overleggen met uw dierenarts. U kunt bij ons terecht voor een passend advies voor uw hond.

Eva van Andel, dierenarts chirurgie

Gebit

Er zijn een aantal zaken waaraan u zelf kunt merken dat het gebit van uw hond lijdt aan een gebitsaandoening, zoals een onaagename geur uit de bek, bruingele aanslag op tanden en kiezen, gezwollen en rood tandvlees en overmatig “speekselen”. We adviseren in dit geval een afspraak te maken voor een professionele gebitsreiniging. Ook hierover kunnen wij u meer informatie geven.
Veel honden krijgen in de loop van hun leven problemen met hun gebit. Meestal gebeurt dit pas als ze volwassen zijn, maar soms treden problemen al op tijdens hun jeugd.

Gebitsproblemen zijn niet alleen pijnlijk (al merkt u vaak niets aan het gedrag van uw dier) maar kunnen ook gevaar opleveren voor de gezondheid van uw huisdier.

Mensen gaan twee keer per jaar naar de tandarts. Bij twijfel wordt een tandheelkundige foto gemaakt om problemen van het kaakbot of de kies- en tandwortels uit te sluiten. Dit is bij ons ook de standaardprocedure. Als wij twijfelen of er ergens nog een wortel in het kaakbot zit of dat er andere afwijkingen zijn, maken wij een tandheelkundige foto. Hierop kunnen we veel meer zien dan we met het blote oog kunnen, dit om verdere problemen te voorkomen.
 
Tandplak, tandsteen en de daaruit voortvloeiende tandvleesaandoeningen, kunnen al vanaf een leeftijd van zes tot twaalf maanden ontstaan en vereisen regelmatige controle. Binnen het jaar kan er veel gebeuren met tanden en kiezen, dus één keer per jaar een goede gebitsinspectie is vaak onvoldoende.
 
Soms valt eigenaren een andere geur uit de bek van het huisdier op. Die afwijkende geur wordt veroorzaakt door tandvleesontsteking (gingivitis), meestal het gevolg van tandplak op tanden en kiezen. Door voedselresten ontstaat tandplak, dat bestaat uit levende en dode bacteriën en hun stofwisselingsproducten, voedselresten en eiwitten en mineralen uit het speeksel. Tandplak veroorzaakt ontsteking van het tandvlees, waardoor het tandvlees zal terugtrekken en de tandhals bloot komt te liggen. Soms zelfs de wortel van het gebitselement. Dit is pijnlijk en kan leiden tot verlies van het element. Bovendien, wanneer tandplak niet binnen 24 uur wordt verwijderd, verkalkt het tot tandsteen. Dit vormt zich niet alleen op de elementen boven het tandvlees, maar ook eronder. Dit is pijnlijk en op den duur kunnen bacteriën in het bloed terecht komen. Hierdoor kunnen problemen ontstaan aan hart, nieren, lever, longen en gewrichten. Gebitsreiniging is dus noodzakelijk!

Niet doorgekomen kiezen moeten onderzocht worden

Er bestaan veel misverstanden over gebitten bij honden. Met name over kiezen die niet doorkomen worden veel onjuiste adviezen gegeven. In dit stukje geven we meer duidelijkheid over hoe onzichtbare kiezen benaderd moeten worden.

De volwassen hond heeft normaal 42 gebitselementen. In de boven- en onderkaak bevinden zich zes snijtanden, twee hoektanden en vier premolaren. In de bovenkaak bevinden zich daarnaast nog twee molaren, en in de onderkaak drie molaren. De stand en de plaats van de gebitselementen is van groot belang voor het welzijn van uw hond. Als de hond ongeveer zes maanden oud is, zijn in de regel alle melkelementen gewisseld en zijn alle blijvende elementen doorgekomen. Het is aan te raden om de pup op die leeftijd te laten controleren door een dierenarts. Dan kan ook de stand en de plaats (occlusie) van het gebit beoordeeld worden.

Bij sommige hondenrassen ontbreken in bepaalde lijnen de premolaren (met name de eerste en derde premolaar, zie afbeelding). Als een hond voor de fokkerij wordt gebruikt, is het belangrijk om in een vroeg stadium vast te stellen of de hond een compleet gebit heeft. Onderzoek is mogelijk door rond de leeftijd van drie maanden een volledige gebitsopname met dentale röntgenfoto’s te maken. Op de röntgenfoto’s (meestal zeven tot acht stuks voor het gehele gebit) kan met zekerheid vastgesteld worden of de permanente tanden aanwezig zijn in de kaak. Dit geeft echter geen garantie op het uiteindelijk doorkomen van deze tanden. Bij afwezigheid van de aanleg van een tand of kies is het zeker dat de hond een gebitselement mist.

Regelmatig zijn gebitselementen wel in aanleg aanwezig, maar blijven deze onder het tandvlees zitten. Dit gebeurt met name bij de eerste premolaar of bij de snijtanden. Als de hond een tand of kies mist, is het aan te raden een dentale röntgenfoto te maken. Als het niet doorgekomen element zichtbaar is op de röntgenfoto, dan kan overwogen worden met behulp van eenvoudige chirurgie de tand of kies alsnog te doen doorkomen. Als dat niet mogelijk is, dan is extractie (trekken) geïndiceerd. Niet doorgekomen elementen kunnen ontaarden in een dentigene cyste (een met vocht gevulde holte). Een dergelijke cyste kan aanzienlijke schade aanbrengen aan de kaak. 

Cystes kunnen klinisch worden gekarakteriseerd door zwelling van de kaak, verplaatsing van de elementen en eventueel door instabiliteit van tanden en kiezen. De cystes bevatten in de regel een heldere rode vloeistof. Hoewel de cyste in principe niet kwaadaardig is, kan het allerlei problemen veroorzaken. Het kaakbot kan dusdanig aangetast zijn dat er misvormingen of zelfs kaakfracturen optreden. Verder kan bij cystes in de bovenkaak een belemmering of blokkade van de luchtpassage in de neus optreden.

Behandeling van de dentigene cyste bestaat uit het verwijderen van het niet doorgebroken element. Daarnaast moet de cellaag die verantwoordelijk is voor de groei van de cyste (het epitheel) verwijderd worden. De resultaten zijn in de regel gunstig en de cystes vullen zich in tweede instantie weer met kaakbot. 

Uiteraard is voorkomen beter dan genezen: de groei van deze cystes kan voorkomen worden door niet doorgekomen elementen preventief te verwijderen. Hiervoor dient de behandelend dierenarts te beschikken over een dentaal röntgenapparaat en over ruime ervaring in de chirurgische extractie van elementen.

Door: Marèse van Haneghem (dierenarts tandheelkunde Dierenkliniek Kortenoord) 

Tanden poetsen

Met tandenborstels kunnen de meeste tandoppervlakken prima gereinigd worden. Er zijn inmiddels goede tandenborstels voor honden ontwikkeld: grootte, hoek, afgeronde borstelkoppen, handvat en kwaliteit (soepele borstelharen) zijn aangepast. Zachte kinderborstels zijn ook geschikt. Het mechanisch effect kan vergroot worden door te poetsen met tandpasta. Alleen tandpasta voor dieren mag gebruikt worden, dus geen fluoride-houdende pasta! Wanneer poetsen niet van jongs af aan geleerd is zult u dit langzaam moeten opbouwen volgens een stappenplan. Hiervoor zijn speciale gebitsverzorgingsets te koop waarin staat beschreven hoe u dit moet aanpakken. Bijgevoegd zit dan een speciale tandenborstel en enzymatische tandpasta.

Met poetsen houdt u het gebit mooi schoon en voorkomt u veel ellende!

Heeft uw hond last van een allergie? Bespreek dit dan met de dierenarts.

Hond mee op reis

Zomerperikelen

Gaat uw hond mee op reis?

Denk dan aan het volgende:

Let erop dat u niet alleen te maken heeft met de regels van het land dat uw eindbestemming is, maar ook met de regelgeving van alle landen waar u doorheen reist!

Rabiësenting(enting tegen hondsdolheid)

De rabiësenting is verplicht als uw hond, kat of fret naar het buitenland meegenomen wordt. Omdat Nederland rabiësvrij is, is enten voor dieren die alleen in Nederland verblijven niet noodzakelijk. Wanneer u uw huisdier mee naar het buitenland wilt nemen, krijgt u te maken met de buitenlandse wet- en regelgeving. Houdt er rekening mee dat regels snel kunnen veranderen. Voor de meest recente regels kunt u contact opnemen met de ambassade van het betreffende land.
In een aantal gevallen moet er voor vertrek een bloedtest gedaan worden om de rabiëstiter te bepalen. Dit is een test om de werkzaamheid van de inenting tegen hondsdolheid te bepalen. 

Chip

Zorg ervoor dat uw dier gechipt is (de tatoeage is sinds 2 juli 2011 niet meer geldig).De chip moet worden ingebracht voordat de rabiësvaccinatie wordt gegeven. Het mag wel op dezelfde dag geregeld worden door de dierenarts (dus gedurende één consult).

Europees Paspoort

Uw dier moet beschikken over een Europees dierenpaspoort. Dit paspoort is verkrijgbaar bij uw dierenarts.

Teken en zandvliegen

Teken kunnen verschillende ziekten overbrengen. De bekendste ziekte is de Ziekte van Lyme.
De teek (Ixodes) kan door honden meegebracht worden naar huis, en vervolgens een gezinslid besmetten. De Ziekte van Lyme is voor mensen een afschuwelijke ziekte. Andere ziekten die door teken kunnen worden overgebracht zijn Babesiosis en Ehrlichiose.
De beste methode om bovengenoemde ziekten te voorkomen is natuurlijk teken te ontlopen. Teken zitten bij voorkeur in struikgewas en in nesten en holen van wilde dieren. Op gemaaid of begraasd grasland zitten doorgaans veel minder teken dan in het bos. Helaas is het ontlopen niet altijd haalbaar.

Gelukkig zijn er diverse bestrijdingsmiddelen op de markt. De Vectra 3D® is op dit moment het meest effectieve middel. Deze pipet heeft als voordeel dat hij ook beschermt tegen zandvliegen die in het zuiden van Europa de ziekte Leishmania kan veroorzaken. Er is echter geen enkel middel dat 100% afdoende is. Tweemaal daags controleren op teken blijft noodzakelijk bij honden.
Om teken te verwijderen kunt u een speciale tekentang gebruiken, zodat de kans het grootst is dat de teek volledig wordt verwijderd. Het is belangrijk teken niet te verdoven vóórdat ze verwijderd worden. Ze kunnen dan alsnog speeksel inbrengen in de wond. Bij het verwijderen is het van belang dat er alleen wordt gedraaid, dus niet trekken! Na het verwijderen moet u het wondje ontsmetten en bij twijfel altijd uw dierenarts raadplegen.

Hartwormen

Hartwormen zijn de meest levensbedreigende hondenwormen, omdat ze zich in het hart en de longslagaderen van de hond vestigen. Hier beïnvloeden zij de hartfunctie en kunnen uiteindelijk de dood veroorzaken.Volwassen wormen zijn 10 tot 30 cm lang en hebben een diameter van ongeveer 1 mm.
In Noord-Amerika komt de hartworm wijdverspreid voor en is het al langer een groot probleem. In Europa is dit een aandoening die naar het noorden oprukt. Gaat u ten zuiden van de lijn Parijs - Milaan op vakantie, dan doet u er goed aan preventieve maatregelen te nemen. De komende jaren is de verwachting dat deze lijn naar boven wordt bijgesteld.
Hartwormen worden overgedragen door muskieten. Wanneer een besmette muskiet een hond bijt, geeft hij de larven van de worm door. Deze migreren vervolgens door het lichaam totdat ze in circa drie tot vier maanden tijd hun uiteindelijke bestemming hebben bereikt (hart- en longslagaderen). Daarbinnen groeien ze nog eens drie maanden uit tot volwassen wormen (macrofilariae) en beginnen ze larven te produceren (microfilariae), die ongeveer twee jaar kunnen overleven in de bloedsomloop.

Reisziekte

Cerenia® Maropitant is een medicijn dat uitstekend werkt tegen misselijkheid als gevolg van reisziekte. Cerenia® heeft een werkingsduur van 24 uur en moet ruim voor de reis (minimaal één uur) gegeven worden, eventueel met een kleine maaltijd. Er zijn weinig bijwerkingen bekend. Daarnaast kan tegen reisziekte het homeopathische product “Puur Reis” gebruikt worden. Voor honden die duidelijke angst hebben om de auto in te gaan en in paniek raken bij het instappen of tijdens het rijden, kan sedatie wenselijk zijn. Hiervoor kunnen tranquilizers (Vetranquil® of valium) gebruikt worden, of het homeopathische “Puur Nervositeit”.

Water

Helaas kan het gevaarlijk zijn om in stilstaand water te zwemmen. Als huisdiereigenaar is het belangrijk om in warme periodes in het voorjaar en de zomer alert te zijn op zwemmen in stilstaand water. Het is aan te raden om naar zee of naar een plek te gaan waar het zwemwater wordt gecontroleerd door de overheid. Op www.zwemwater.nl staat een complete lijst met gecontroleerde zwemlocaties in Nederland. Meestal staat daarbij ook aangegeven of honden zijn toegestaan.

(Zout)zeewater

Veel zeewater drinken kan gevaarlijk zijn door de koude temperatuur en daarbij kan het (te) veel aan zout giftig zijn. De eerste verschijnselen na opname van een overmaat aan zout betreffen vaak het maag-darmkanaal. Zout heeft een irriterende werking op het slijmvlies van het maag-darmkanaal, met als gevolg  niet willen eten, braken en diarree. De maag-darmklachten kunnen leiden tot uitdroging, te laag suikergehalte in het bloed en mogelijk zelfs tot shock. Ook kunnen er klachten met betrekking tot het zenuwstelsel ontstaan: de patiënt wordt rusteloos, prikkelbaar en kan zelfs spiertrekkingen, toevallen of een sterk verhoogde lichaamstemperatuur krijgen. Uiteindelijk kan de patiënt in coma raken en komen te overlijden.

In geval van oververhitting verwijs ik u door naar het artikel oververhitting

Honden en chocolade

Chocolade giftig voor uw hond?

Dat chocolade giftig is voor honden was natuurlijk al lang bekend. Maar de hoeveelheden chocolade die een hond mocht verorberen voor hij/zij een gevaarlijke dosis had binnen gekregen, was zodanig groot dat het uiterst zelden tot nare gevolgen leidde. Meestal konden we een ongeruste eigenaar dan ook geruststellen omdat de hond te weinig chocolade had gegeten om echt gevaarlijk te zijn. Helaas, ook dat is verleden tijd. Uit onderzoek is gebleken dat de gemiddelde chocolade-inname inderdaad best hoog kan zijn voordat er problemen ontstaan, maar dat de individuele gevoeligheid enorm varieert. Als je een hond hebt die gevoelig is kan een inname van een kleine hoeveelheid chocolade al leiden tot ernstige problemen. En natuurlijk weten we niet van tevoren welke hond wel of niet gevoelig is.   
Het giftige bestanddeel van chocolade is theobromine. De eerste verschijnselen van vergiftiging zijn braken en diarree, gevolgd door veel plassen en veel drinken, eventueel nog gevolgd door rusteloosheid, trillen of zelfs toevallen. Uiteindelijk kan sterfte optreden door hartritmestoornissen of benauwdheid. De eerste verschijnselen ontstaan meestal na enkele uren maar het kan ook wel een halve dag duren voordat de eerste verschijnselen worden gezien. De verschijnselen kunnen wel 72 uur aanhouden.

Hoeveel is nu teveel?

Dat is van veel factoren afhankelijk. In de eerste plaats is het afhankelijk van het soort chocolade dat gegeten wordt. In witte chocolade zit bijna geen theobromine (ongeveer 0,009mg/gr), in melkchocolade 1,5-2,2mg/gr en in pure chocolade 4,5-16mg/gr. Daarnaast is de grootte van de hond van belang. Tot voor kort gingen we ervan uit dat een dosis lager dan 12mg theobromine per kg niet tot problemen zou leiden. Gebleken is nu dat door de individuele gevoeligheid deze marge niet meer als absoluut veilig mag worden beschouwd. Dat betekent dat honden die chocolade gegeten hebben eigenlijk altijd direct door een dierenarts gezien moeten worden.

Één van de eerste dingen die dan gedaan kan worden is het laten braken van de hond. Hoe eerder dit gebeurt hoe beter het is, maar het kan zelfs na zes uur nog zinvol zijn om de hond te laten braken. Voorts kan actieve kool gegeven worden om de opname van theobromine uit de darm tegen te gaan. Bovendien kan de patiënt eventueel opgenomen worden ter observatie en als er dan toch nog verschijnselen van een chocoladevergiftiging ontstaan, kan de dierenarts met medicatie en infusen proberen de verschijnselen tot een minimum te beperken.

Ons advies is: bel altijd een dierenarts als uw hond chocolade heeft gegeten.

Hondentraining

Hondentraining en beweging

Wij raden iedereen aan naar een puppycursus te gaan, ook al heeft u nog zoveel ervaring met de opvoeding van honden. Voor, met name, de socialisatie is het zeer belangrijk dat uw pup in contact komt met honden van alle leeftijden. Een cursus leent zich daar goed voor.

Fietsen met een jonge hond kan vanaf de leeftijd van negen maanden. In looppas naast de fiets, vijf minuten per keer per dag. Iedere week mag er vijf minuten per keer bij, tot maximaal 30 minuten per keer. Pas wanneer een hond één jaar is mag de inspanning voorzichtig verder opgevoerd worden.

Het spelen met een pup is de slechtste beweging. De gevolgen van spelen kunnen belastend zijn, met name voor een pup van een groot hondenras. Voor grote honden rassen (eindgewicht >25 kg) geldt dat spelen tot een minimum beperkt moet worden. Het gooien van ballen is tot negen maanden uit den boze voor honden van grotere rassen. Het gaat hierbij dan om het weggooien van ballen waar de pup ongecontroleerd achteraan rent en afremt. Deze abrupte bewegingen kunnen funest zijn voor de ontwikkeling van de gewrichten. Wandelen is een veel beter controleerbare beweging. Mensen vinden het soms leuk om met stokken te gooien in plaats van met een bal, maar dat raden wij ten zeerste af.
Juist door teveel spelen heeft de pup verhoogde kans op ontwikkeling van HD. Ons advies is drie maal daags maximaal tien minuten laten spelen.

Het is een fabeltje dat een hond een grotere kans op HD heeft als hij trappen loopt. Het traplopen dient wel onder begeleiding plaats te vinden, dus gecontroleerd.

Hotspot

Een hotspot: wat is dat eigenlijk?

Als hondeneigenaar heeft u het misschien weleens meegemaakt. Uw hond lijkt op een bepaalde plek wat jeuk te hebben, maar het ziet er verder rustig uit. De volgende ochtend heeft de hond een behoorlijk kapotte plek op bijvoorbeeld zijn dij, kop, buik of achter zijn oren. Die plek is vaak nat en ziet er uit als rauw vlees; het is enorm pijnlijk. De dierenarts zal een zogenaamde hotspot constateren. De aanleiding voor het ontstaan van een hotspot is vaak niet meer te achterhalen en kan van alles zijn dat lokaal irritatie geeft. Het is een overgevoelige reactie van de huid op b.v. een insectenbeet (vlo, teek, vliegjes, mijt) of door aanraking met een plant, maar het kan ook komen door een klit waardoor irritatie ontstaat. De hond begint te krabben en/of te bijten om de jeuk te verminderen. Door dit krabben en/of bijten wordt de jeuk alleen maar erger, waardoor de hond door zal blijven krabben en er een hotspot ontstaat. Vervolgens zal er een korst op de huid komen om zo de huid te herstellen, maar ook deze korst geeft jeuk. Om te voorkomen dat de hond weer gaat krabben en/of bijten, kunt u de hond een kap opzetten of een sok om zijn poot te doen.

Behandeling:

De dierenarts zal de wond kaalscheren of knippen en wassen met een ontsmettend middel. Daarna kan de wond gezalfd of gesprayd worden. Hiervoor bestaan verschillende sprays en zalven (zoals vetaderm®, prednocutin®, enzovoort). De meeste zalven bevatten een combinatie van antibioticum en een prednisonachtige (jeukremmende) stof. Sommige zalven bevatten ook nog een geurstof om het bijten onaangenaam te maken.
Een goed alternatief kan zijn om een paar druppels Tea Tree-olie (het liefst verdund) op de wond aan te brengen. Er zijn ook homeopathische zalven (bijvoorbeeld Calendula) of samengestelde lotions (huidlotion) in de handel die geen prednisonachtige stoffen bevatten en die dezelfde werking hebben als de eerder genoemde zalven. Het wassen van de wond dient de eerste twee of drie dagen herhaald te worden. U kunt stoppen met smeren zodra de wond totaal genezen is (de korst moet verdwenen zijn). Indien nodig, wordt een prednisonachtige stof voor inwendig gebruik voorgeschreven door de dierenarts. Deze wordt toegediend via tabletten of een injectie, in de hoop dat het bijten of krabben daardoor snel vermindert. Als de bijtwond heel erg is, zal ook een antibioticum in tabletvorm worden voorgeschreven. 

Meestal zijn hotspots een eenmalig probleem, maar bij sommige honden komen ze steeds weer terug. Het wordt dan aangeraden om dieper op de achterliggende oorzaak (vaak een allergie of een parasieteninfectie) in te gaan. Vaak kan homeopathie uitkomst bieden. Daarnaast is een goede vlo- of tekenbestrijding en een goed onderhouden vacht (honden met een sterke ondervacht of een onvoldoende uitgekamde vacht zijn in de zomer gevoeliger), bij honden met terugkerende klachten erg belangrijk.

Inentingen

Over inenten van zowel mens als dier is regelmatig discussie. Uw huisdier moet uiteraard goed beschermd zijn, maar wordt er teveel ingeënt?
De inentingen voor uw hond gebeuren bij Dierenkliniek Kortenoord jaarlijks, mits noodzakelijk. Voordat uw hond de inenting krijgt, wordt dit uitgebreid onderzocht. Dit noemen wij de jaarlijkse check-up. Deze check-up is van groot belang om aandoeningen in een vroeg stadium te vinden en om te voorkomen dat uw viervoeter er ziek van wordt. Het enten van uw hond wordt uitgevoerd door onze dierenartsen.

Inenten op maat voor honden

Bij Dierenkliniek Kortenoord wordt 'vaccineren op maat' al toegepast. Dit betekent dat we niet elk jaar de 'grote cocktail' geven, maar de vaccinatie aanpassen aan de leeftijd en leefomstandigheden van uw hond. Ons uitgangspunt is: zo min mogelijk vaccineren, maar uw huisdier moet wel goed beschermd zijn. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat de cocktailenting voor honden tegen ziektes als parvo, hondenziekte en leverziekte niet jaarlijks nodig is. Daarom wordt de cocktail maar een keer in de drie jaar gegeven. Uit experimentele studies is gebleken dat de bescherming door de "cocktail" zelfs langer kan duren. Hoe weet u of uw hond voldoende beschermd is, en of het nodig is opnieuw te vaccineren? Dit is vanaf nu te meten met de Vaccicheck titerbepaling. 

Vaccicheck titerbepaling: Het nieuwe enten

De tijd dat we dachten dat entingen geen enkel probleem zouden veroorzaken ligt inmiddels al vele jaren achter ons. We weten inmiddels dat er naast de enorme voordelen ook wel wat nadelen aan vaccineren zitten. Hoewel zeldzaam, zijn complicatie als gevolg van vaccinatie nooit 100% uit te sluiten. Nu zijn we bij Dierenkliniek Kortenoord al tientallen jaren de mening toegedaan dat je geen geneesmiddelen in moet zetten waar dat niet strikt noodzakelijk is. Vandaar dat we al jarenlang op maat enten. In ons vaccinatieschema wordt tegen hondenziekte, Parvo en leverziekte (HCC) maar één keer per drie jaar gevaccineerd. Deze driejarige periode kan nu nog verder verlengd worden door gebruik te maken van de Vaccicheck (het zogenaamde titeren).

Met behulp van deze Vaccicheck meten we in een paar druppels bloed van uw hond de antistoffen tegen Parvo, hondenziekte en leverziekte (de titer). Aan de hand van deze uitslag kunnen wij zien of een vaccinatie tegen deze ziekten in de komende drie jaar nodig is. Dit kan dus een behoorlijke belasting schelen voor het immuunsysteem van uw hond en uw hond krijgt een voor hem of haar gepaste vaccinatie.

Helaas is bekend dat een dergelijke test voor de ziekte van Weil niet zinvol is. Een jaarlijkse enting tegen deze ziekte blijft dus wel noodzakelijk. In 2017 werden in Nederland nog 2600 honden ernstig ziek als gevolg van Weil dus vaccinatie tegen deze ziekte blijft helaas actueel. Daarnaast blijft bijvoorbeeld een vaccinatie tegen kennelhoest gevraagd en ook verstandig voor honden die in een pension gaan, in verenigingsverband trainen of regelmatig naar shows gaan. Ook hondsdolheidsenting (rabiës) blijft één maal per drie jaar verplicht voor honden die de grens over gaan.

LET WEL: is uw hond korter dan drie jaar geleden nog gevaccineerd tegen Parvo, hondenziekte en leverziekte, dan is een Vaccicheck dus niet nodig. Uw hond is nog goed beschermd. Onduidelijkheid is er soms over gebruik van Vaccicheck bij jonge pups. Hoewel het controleren op antistoffen die pups uit moedermelk nog bij zich hebben op zich een goed idee is om op deze manier het 'over-vaccineren' te voorkomen, blijkt dat dit in de praktijk toch lastig is. Om in de ziekteafweer van de pups geen gevaarlijk gat te laten vallen zou je iedere twee weken moeten meten vanaf de leeftijd van zes weken. Dit kan, in het uiterste geval, betekenen dat een pup zeven keer naar de praktijk moet komen voor een Vaccicheck.

Wij zijn van mening dat het nadeel van stress voor pup en eigenaar niet opweegt tegen nadelen van drie keer vaccineren (zes-negen-twaalf weken). Omdat een Vaccicheck snel afgelezen kan worden, maar wel voor gebruik een uur uit de koeling moet, is het verstandig om bij het maken van een afspraak voor de vaccinatie al aan te geven of u een Vaccicheck wil voor uw hond. Dan zorgen wij ervoor dat hij op tijd uit de koeling is. Mocht u vragen hebben over de Vaccicheck of de enting van uw hond bel ons dan rustig op de bekende telefonische spreekuren.

Ziekte van Weil

Voor de Ziekte van Weil (leptospirose) moet wel jaarlijks ingeënt worden. De Ziekte van Weil is bij de meeste mensen een bekend begrip omdat de ziekte ook bij de mens kan voorkomen. Het belangrijkste ziekteverschijnsel is een nierontsteking. De bacteriën (leptospiren) worden via de urine uitgescheiden en met name via besmet (zwem)water van het ene naar het andere dier (rat-hond; hond-hond) overgedragen. De mens of hond wordt meestal besmet via zwemmen in open water of door het drinken uit plassen op straat of in het bos. De Ziekte van Weil is een gevaarlijke ziekte en kan, vooral wanneer te laat wordt ingegrepen, tot de dood leiden. Voor de Ziekte van Weil is titerbepaling niet zinvol. Het vaccin is, in tegenstelling tot andere vaccins, een dood vaccin en kort werkzaam, ongeveer één jaar. Jaarlijks uw hond inenten wordt dus aangeraden.

Niet inenten van uw hond

Niet inenten is geen oplossing. Helaas zien we nog regelmatig uitbraken van besmettelijke huisdierziekten, zoals Parvo, met veel leed of dodelijke afloop als gevolg. Inenten voorkomt dit soort leed. Zorg dat u geen spijt achteraf krijgt en geef uw viervoeter de juiste zorg en bescherming.

Kosten inenten hond

Voor een berekening van de volledige kosten voor een consult en vaccinatie, neem contact op met onze kliniek. Naast het inenten krijgt de hond een uitgebreide gezondheidscontrole.

Praktische informatie

U kunt voor de Vaccicheck een afspraak maken met ons op telefoonnummer 0317 - 412 432.
Dit doet u op het moment dat uw dier(en) normaal de vaccinatie krijgt.  
De medewerkers van Dierenkliniek Kortenoord geven u graag meer informatie over de Vaccicheck en inentingen voor uw hond.

Laparoscopie

Reeds jarenlang wordt er bij Dierenkliniek Kortenoord laparoscopie gedaan. Een laparoscopie is een kijkoperatie in de buik (laparo = buik en scopie = kijken).
Bij de laparoscopie worden twee of drie kleine snedes gemaakt in de buik. Een camera (de laparoscoop), een tang en een brander worden ingebracht en via dezelfde snedes kan de behandeling plaatsvinden. Het grote voordeel is dat deze methode een beperkte belasting voor de patiënt met zich meebrengt. Immers, er hoeft geen snede gemaakt te worden waar minimaal een hand doorheen kan.

Er zijn verschillende ingrepen waarvoor de laparoscopie een zeer geschikte methode is: onder andere de sterilisatie van hond en kat, het vastzetten van de maag (gastropexie) en het verwijderen van een binnenbal (cryptorchidie). Er zijn echter nog veel meer mogelijkheden, omdat de laparoscopie een goed overzicht in de buik verschaft.

Sterilisatie van de teef

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat dieren 75% minder pijn hebben na een laparoscopische sterilisatie ten opzichte van een sterilisatie via een open-buik ingreep. Dit heeft o.a. te maken met het feit dat de eierstokken weggehaald worden op de plek waar ze van nature liggen, tegen de rug aan. Bij de reguliere ingreep moeten de eierstokken omhoog worden getrokken naar de opening in de buikwand om ze te kunnen verwijderen. Dit geeft spanning op de ophangbanden van de eierstokken en daardoor meer napijn na de operatie. Dit geldt met name voor honden die zwaarder zijn dan 10 kilogram lichaamsgewicht. Maar ook kleinere honden kunnen laparoscopisch gesteriliseerd worden.

Het herstel na een laparoscopische ingreep is sneller dan na een reguliere sterilisatie. Honden hoeven geen rust te houden in de dagen na de laparoscopische operatie. Alleen zwemmen wordt afgeraden gedurende de eerste 14 dagen.

Sterilisatie van de poes

Ook poezen kunnen laparoscopisch gesteriliseerd worden. De techniek is vergelijkbaar met de hond, alleen is er kleinere apparatuur nodig om de ingreep uit te voeren. Bij Kortenoord hebben we speciaal klein instrumentarium waarmee we poezen laparoscopisch kunnen steriliseren. Ook voor poezen geldt namelijk dat ze minder napijn hebben na een laparoscopische ingreep t.o.v. de traditionele ingreep.

Gastropexie (vastzetten van de maag)

Een maagtorsie of verdraaiing van de maag is een acute, levensbedreigende aandoening, waarbij onmiddellijk moet worden ingegrepen. Door gasvorming in de maag wordt deze opgeblazen tot een grote ballon (maag dilatatie). Als de maag daarnaast ook nog eens om z’n as draait (torsie), leidt dit ertoe dat de in- en uitgang van de maag worden afgeknepen en het gas er niet uit kan. In korte tijd wordt de maag steeds groter en groter. Ook kunnen de milt en bloedvaten meegetrokken worden, waardoor deze kunnen worden afgekneld.

Voorheen was een gastropexie een zware ingreep voor de hond, waarbij een grote snede in de buik gemaakt moest worden. Met behulp van laparoscopie kunnen we de maag via een eenvoudige ingreep vastzetten. Deze operatie duurt veel korter dan de traditionele methode en de wondjes zijn veel kleiner. Dit betekent een snellere wondgenezing en minder pijn na de operatie. 

Een laparoscopische gastropexie kan al op jonge leeftijd gedaan worden. Bij teven kunnen we dit tijdens dezelfde ingreep als de laparoscopische sterilisatie doen, maar ook bij reuen adviseren we om de maag preventief vast te laten zetten.

Cryptorchidie

Bij sommige reuen en katers zijn de testikels niet ingedaald. De achtergebleven testikels kunnen in het lieskanaal zitten, maar ook in de buik. Omdat deze testikels in een warmere omgeving zitten hebben ze eerder de neiging om tumoreus te ontaarden. Daarom is het verstandig om deze testikel(s) preventief te verwijderen. Dit kan met behulp van laparoscopie. Hierbij worden twee kleine snedes in de buik gemaakt. Door het goede overzicht in de buik is deze laparoscopische methode korter dan een open-buik operatie, waardoor het dier een kortere narcoseduur hoeft te ondergaan.

Conclusie

Kortom, de voordelen van laparoscopie zijn aanzienlijk:

  • Er hoeft geen snede gemaakt te worden waar minimaal een hand doorheen kan.
  • Er is veel beter zicht in de buik: de eierstokken, maag of testikels liggen helemaal vrij in beeld.
  • De wondjes zijn veel kleiner, er is dus minder wondpijn, minder kans op wondinfectie en geen kans op wondbreuk.
  • Er is minimale nazorg.

Een nadeel is dat de kosten, met name voor de sterilisatie van de teef, hoger zijn. Dit is niet van toepassing voor de gastropexie en het verwijderen van cryptorche testikels, omdat deze ingrepen veel minder tijd kosten bij de laparoscopie. 

De beslissing om uw dier wel of niet te laten opereren, kunt u altijd overleggen met uw dierenarts. U kunt bij ons terecht voor een passend advies voor uw dier.

Eva van Andel, dierenarts chirurgie

Lasertherapie

Bij Dierenkliniek Kortenoord bieden wij sinds kort lasertherapie aan voor onze patiënten om pijn te laten verminderen en wondgenezing te versnellen. Bij mensen is deze vorm van behandeling al een groot succes, bij dieren wordt deze therapie nog maar beperkt ingezet.

Waarom een laserbehandeling?

Wanneer er zich een ontsteking, zwelling (oedeem) of pijn in een bepaald gebied van het lichaam voordoet, kan er gebruik worden gemaakt van de lasertherapie. De behandeling gebeurt meestal in meedere sessies. Tijdens een sessie wordt het gebied met de laserstraal behandeld om zodoende een afname van ontsteking, zwelling of pijn te genereren. Het effect is al na de eerste behandeling merkbaar.

Lasertherapie bevordert een snellere wondgenezing doordat de bloeddoorstroming gestimuleerd wordt. Met behulp van de laserbehandeling wordt de hestelperiode van uw dier aanzienlijk verkort.

Voor meer informatie over de lasertherapie en voor het maken van een afspraak kunt u contact met ons opnemen.

Nagels knippen

Op zoek naar een plek om de nagels van uw hond te laten knippen? Wij kunnen u helpen door de nagels van uw trouwe viervoeter te knippen bij onze praktijk in Wageningen.

Het gevolg van lange teennagels zijn pijnlijke pootjes. Wanneer de teennagels van een hond contact maken met harde grond, zoals een trottoir of uw keukenvloer, duwt het harde oppervlak de nagel terug in het nagelbed. Dit oefent druk uit op alle teenverbindingen of dwingt de teen om naar de zijkant te draaien.

Een ander gevolg van lange teennagels is ernstiger.
Alle dieren vertrouwen op informatie van zenuwen in hun voeten om door de wereld te bewegen. Miljoenen jaren hebben wilde honden lange afstanden afgelegd tijdens de jacht. De enige keer dat hun teennagels de grond zouden raken, was bij het beklimmen van een heuvel. Het brein van een hond is evolutionair geprogrammeerd om teennagelcontact te associëren met op een heuvel of berg te zijn, en hij verschuift daarop zijn lichaamshouding alsof hij aan het klimmen is: voorover leunend, over zijn voorpoten, de heuvel op.

Bij een gezonde hond is het niet gebruikelijk de nagels te knippen. Alleen als de hond weinig op straat loopt, of de nagels groeien snel het voetzooltje in, kunt u ervoor kiezen de nagels te laten knippen. Berucht is het binnenste teentje dat de grond niet raakt. Deze zogenaamde vijfde teen hangt een stukje boven de grond en moet regelmatig gecontroleerd worden om ingroeien te voorkomen.  Doe dit bij voorkeur niet zelf thuis, maar maak een afspraak bij de dierenarts, dit om problemen te voorkomen.

Moeten de nagels van uw hond geknipt worden? Neem dan even contact op met de praktijk en dan kunnen we daar een afspraak voor inplannen.

U kunt contact opnemen met de praktijk door te bellen naar 0317 - 412 432.

Ogen

Als een hond een oog dicht houdt, kan dat een aantal redenen hebben. Een daarvan is dat de hond een scherp voorwerp in zijn oog heeft gekregen. Door middel van een fluoresceïnetest kan de dierenarts zien of de hond een beschadiging heeft aan het oog. Na dit onderzoek kan de dierenarts u de juiste medicatie voorschrijven.

Ontvlooien

Vlooien zijn hinderlijk voor zowel volwassen honden als pups. Niet alleen veroorzaken ze jeuk, ze zuigen ook bloed. Indien uw hond door vlooien gebeten wordt, is de kans groter dat er op latere leeftijd een vlooienallergie ontstaat. Begin op tijd met een goed vlooienbestrijdingsmiddel. Er zijn veilige middelen op de markt waarmee de vlooien gedood worden. Ook zijn er middelen die de vlo steriel maken, zodat voortplanting van de vlo voorkomen wordt.

Vlooien geven niet alleen maar jeuk en irritatie, ze kunnen ook wormen overbrengen op uw hond. De vlo is namelijk de tussengastheer voor de lintworm. Het is dus belangrijk om uw hond ook te ontwormen als hij vlooien heeft.

Vlooienbestrijding moet ook in de winter aandacht hebben. Sterker nog, de vlooien komen met de dalende temperaturen graag overwinteren in onze warme huizen. Denk dus ook in de winter aan vlooienbestrijding!

Wat zijn vlooien?

Vlooien zijn kleine bloedzuigende parasieten die voor veel overlast zorgen bij onze huisdieren. Maar niet alleen honden en katten zijn gevoelig voor vlooien. Ook de mens, het konijn en de fret kunnen het slachtoffer worden van de vlo. 

Welke soorten zijn er?

Bij onze huisdieren komen twee soorten vlooien voor:
De hondenvlo (Ctenocefalides Canis) en de kattenvlo (Ctenocefalides Felis). Vreemd genoeg is de kattenvlo ook bij de hond de meest voorkomende vlo.

Hoe loopt de cyclus van de vlo?

Voordat een vrouwtjesvlo eitjes kan leggen moet zij eerst een bloedmaaltijd hebben. Daarna legt zij enige tientallen eitjes in de vacht van de hond. Deze rollen uiteindelijk uit de vacht en komen zo in uw huis terecht. Na twee tot vier dagen komen uit deze eitjes larven. De larven zijn een paar millimeter lang en zo dik als een haar. Ze verstoppen zich op donkere plekken en voeden zich onder andere met de uitwerpselen van de volwassen vlooien. Na twee tot drie weken verpoppen de larven zich. Deze poppen kunnen tot wel anderhalf jaar in leven blijven en zijn bestand tegen een hoop invloeden van buitenaf. Onder invloed van trillingen en warmte komt uit de pop een volgroeide vlo en dan is de cyclus rond. Deze hele cyclus neemt gemiddeld zo'n zes weken in beslag.

Huisdier en omgeving

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, speelt een groot deel van de levenscyclus van de vlo zich af buiten de hond. Alleen de volwassen vlooien vinden we terug op de hond. De eitjes, larven en poppen bevinden zich in de omgeving. Het gevaar zit dus in de duizenden eitjes en larven die zich schuilhouden in het tapijt, tussen de plinten, enzovoort.

Waarom vlooien bestrijden?

Er zijn meerdere redenen waarom het verstandig is om vlooien bij uw huisdier te bestrijden. Een vlooienbeet kan veel jeuk veroorzaken. Met de beet spuit de vlo een klein beetje speeksel in de huid om te zorgen dat het bloed niet stolt. Dit geeft jeuk en irritatie waardoor de hond gaat krabben en bijten. Sommige honden zijn overgevoelig voor het speeksel van de vlo. Na een aantal beten wordt een bepaalde grens overschreden waardoor een allergische reactie optreedt (vlooienallergie). Ze krabben en bijten zichzelf tot bloedens toe. Een beet per week is dan al voldoende om dit proces in stand te houden. Dus alle reden om vlooien te bestrijden en te voorkomen dat uw hond besmet raakt.
Voor de bestrijding van de vlo is het belangrijk dat er regelmatig en goed doordacht behandeld wordt, soms met verschillende producten. We moeten een onderscheid maken tussen het preventief aanpakken van de vlooien en de bestrijding van een vlooienbesmetting. 

Preventieve bestrijding

We moeten voorkomen dat de toevallig opgedane vlo zich bij uw hond kan vermenigvuldigen. De volwassen vlo heeft namelijk maar een levensduur van twee tot vier weken, zodat met name de snelle voortplanting de problemen veroorzaakt. Het doorbreken van de levenscyclus kan tegenwoordig op eenvoudige wijze door eens in de maand een pipet in de vacht van de hond aan te brengen.
Als andere goedwerkende middelen tegen vlooien adviseren wij tabletten die maandelijks ingenomen moeten worden. Deze zorgen ervoor dat naast het doden van de vlo, de vlooieneitjes niet uitkomen. Omdat sommige tabletten niet tegelijkertijd werkzaam zijn tegen teken, adviseren wij in dit geval het gebruik van een halsband tegen teken als aanvulling.

Bestrijding van een vlooieninfectie

Bij een vlooienplaag kan het beste gebruik worden gemaakt van anti vlooien middel. Ongeveer 5% is volwassen vlo en de overige 95% bestaat uit eitjes, poppen en larven; deze zitten dan in uw huis. Bij de behandeling van de omgeving dient bij voorkeur de levenscyclus van de vlo zoveel mogelijk doorbroken te worden.
Bij een vlooienplaag in huis kan het anti vlooien middel in vorm van tabletten of pipetten gebruikt worden bij uw hond om te zorgen dat de vlooieneitjes niet uitkomen.
In combinatie hiermee kunt u een spray voor het huis gebruiken dat naast de vlooien ook de larven doodt. De poppen (die een jaar kunnen overleven) kunnen door geen enkel middel aangepakt worden. Deze moeten eerst uitkomen en dan zijn ze te bestrijden. Dit laatste betekent dat u bij een vlooienprobleem er nooit in een keer vanaf bent. Dagelijks stofzuigen is hierbij ook van groot belang! 
De wijze van vlooienbestrijding en de middelen die u hierbij inzet zijn afhankelijk van allerlei omstandigheden zoals: de mate van besmetting, het aantal en de soort huisdieren, de specifieke woonomstandigheden, enz.

Vlooienkam

Het is natuurlijk ook goed om mechanisch de vlooien te verwijderen. Door middel van het kammen met een goede vlooienkam kunnen de volwassen vlooien gevangen worden. Gebruik hiervoor bij voorkeur een ijzeren vlooienkam.

Twijfelt u over welk vlooienmiddel het beste is voor uw hond, neem dan contact op met onze kliniek. Wij kunnen u een goed advies op maat geven.

Ontwormen

Bij een pup start u met ontwormen op twee, vier, zes en acht weken leeftijd, een deel hiervan is vaak bij de fokker al gebeurd.
Vervolgens ontwormt u wanneer de pup drie, zes en negen maanden oud is. Daarna dient u de hond vier keer per jaar te ontwormen.
Op www.ontwormen.nu kunt u informatie op maat (voor uw gezinssituatie) vinden over ontwormen.

Wormen

Onze honden zijn vaak besmet met wormen. Dit zijn meestal spoelwormen en lintwormen. Ook zweep- en haakworminfecties komen voor. Het meest gekregen antwoord op de vraag of de hond regelmatig wordt ontwormd is: “mijn hond heeft geen wormen, ik zie nooit wormen in de ontlasting”. Uw hond kan een worminfectie hebben zonder dat u het weet. De wormen komen vaak pas mee met de ontlasting als ze dood zijn. Dus dat er geen wormen zichtbaar zijn, wil niet zeggen dat uw hond geen worminfectie heeft. Juist daarom is het belangrijk om regelmatig te ontwormen.

De hond kan ziek worden van deze wormen, maar wij kunnen zelf ook besmet worden met de larven van de spoelworm die honden en katten bij zich dragen. Vooral voor kinderen kan een spoelworminfectie grote gevolgen hebben. De larven ervan kunnen zelfs blindheid bij kinderen veroorzaken! Omdat wij in nauw contact leven met onze honden is het dus belangrijk dat we ze regelmatig ontwormen.

Spoelworm bij honden

De spoelworm wordt overgebracht via de wormeitjes in de ontlasting van de huisdieren en wordt ook via de moeder rechtstreeks op de pups overgedragen. Hierdoor zijn bijna alle jonge honden in meer of mindere mate met spoelwormen besmet.
Of een hond spoelwormen bij zich heeft is niet altijd aan de buitenkant te zien. Soms zijn de volwassen wormen in de ontlasting (of braaksel) te vinden. Deze worm ziet er uit als een stukje spaghetti van 5-10 cm met dunne uiteinden. Vaak is een ontlastingonderzoek nodig om onder de microscoop de wormeieren op te sporen.

Lintworm bij honden

Lintwormen verraden zich snel: als uw huisdier een lintworminfectie heeft, kunt u vaak kleine witte stukjes ter grootte van een rijstkorrel rondom de anus of in de ontlasting zien. Een lintwormbesmetting treedt op via een tussengastheer: de vlo!
Een vlo kan een lintworm in zich hebben en uw hond kan bijvoorbeeld tijdens het reinigen van de vacht een vlo opeten (dood of levend) en op deze manier besmet worden. Bij de bestrijding van lintwormen is het dus tevens belangrijk om de vlooien goed onder handen te nemen.

DUS: regelmatig ontwormen van uw huisdieren is van groot belang voor de gezondheid van mens en dier!!

Ontwormingsschema
Pup: 2, 4, 6 en 8 weken / 3, 6 en 9 maanden/ daarna 4 x per jaar
Volwassen hond: 4 x per jaar
Drachtige teef: Tijdens de loopsheid als ze gedekt gaat worden; 10 dagen voor de bevallingsdatum.

Wormkuren zijn verkrijgbaar in verschillende toedieningsvormen: tabletten en pasta.

Twijfelt u over welk ontwormingsmiddel het beste is voor uw hond, neem dan contact op met onze kliniek. Wij kunnen u een goed advies op maat geven.

Oren

Dat een hond aan een oor krabt kan een gewoonte zijn, maar er zijn nog diverse andere redenen. De hond kan een overmaat aan oorsmeer hebben, hetgeen makkelijk op te lossen is met een oorcleaner. Ook kan de hond een oorontsteking, oormijt of bijvoorbeeld een grasaar in zijn oor hebben wat meestal niet te zien is vanaf de buitenkant. Daarom is het noodzakelijk een afspraak te maken bij de dierenarts zodat de juiste diagnose gesteld kan worden.

Als de hond last heeft van zijn oren maak dan een afspraak bij de dierenarts. Ga zelf geen zalven uitproberen. Er kan namelijk iets in zitten of niet goed zijn dat er met zalven niet beter op wordt. Daarnaast is het zo dat er veel verschillende ziektekiemen zijn bij oorontstekingen: mijten, gisten en bacteriën. Iedere ziektekiem moet op zijn eigen manier bestreden worden.

Overgewicht

Overgewicht. Een bekend probleem binnen de kliniek. In Nederland leven zo’n twee miljoen honden. Naar schatting is 35% van die dieren te zwaar en dit percentage blijft maar stijgen. Overgewicht bij dieren brengt net als bij mensen serieuze gezondheidsrisico’s met zich mee. Een hond met een gezond gewicht leeft gemiddeld twee jaar langer dan zijn soortgenoot met overgewicht.

Oorzaken overgewicht

Overgewicht ontstaat wanneer de balans tussen eten en bewegen verstoord raakt. Te veel eten en te weinig beweging zorgen op termijn voor overgewicht. Een dier dat te weinig beweegt houdt energie over , dit wordt opgeslagen als reserve en als dit keer op keer gebeurt dan wordt het dier te dik.

  • Het dier krijgt te veel (energierijke) voer.
  • Er worden te veel tussendoortjes gegeven.
  • Te weinig beweging, het dier krijgt meer energie dan het verbruikt.
  • Leeftijd is een belangrijke factor, oudere dieren verbruiken minder energie.
  • Castratie / sterilisatie zorgt ervoor dat een dier minder energie verbruikt, daar dient de voeding op aangepast te worden.
  • Medische oorzaken als bijvoorbeeld een traag werkende schildklier. Dit is uit te sluiten door het doen van bloedonderzoek als daar aanleiding voor is.

Hoe herkent u overgewicht bij uw hond?

Een belangrijk signaal is dat uw dier minder wil bewegen, sneller moe is tijdens het wandelen of spelen en daarbij kan gaan hijgen of kortademig wordt.

Ook kijken we naar het postuur:

  • Taille zijn minder goed zichtbaar
  • Ribben zijn minder goed te voelen
  • De buik is rond

Om te bepalen of dieren overgewicht hebben kijken we naar de volgende indexen. Dit is een richtlijn, er Is namelijk veel verschil tussen de verschillende rassen.

De gevolgen van overgewicht

Overgewicht ontstaat geleidelijk waardoor een aantal gevolgen van gewichtstoename niet direct opgemerkt worden. Gedragsveranderingen worden bijvoorbeeld toegeschreven aan leeftijd of er wordt gedacht dat het gewoon bij het dier hoort. Echter merken wij dat wanneer deze dieren gewicht verliezen, zij vaak meer energie hebben en horen wij van eigenaren dat ze jaren jonger lijken. Het is dus echt aan te raden om uw dier af te laten vallen.

Gedragsveranderingen bij overgewicht:

  • Luiheid
  • Slechte conditie
  • Moeilijk lopen
  • Verminderde hittetolerantie: snel hijgen bij warme omgeving

Lichamelijke gevolgen van overgewicht:

  • Sterke overbelasting van de gewrichten waardoor gewrichtsproblemen kunnen ontstaan.
  • Verhoogde kans op hart en vaatziekten.
  • Groter risico op het ontstaan van suikerziekte.
  • Verhoogde kans op oververhitting bij warm weer of inspanning.
  • Verhoogd risico bij narcose.

Afvallen

Een gezond gewicht is belangrijk voor een gezond en gelukkig leven en daarom is het goed om dieren met overgewicht verantwoord gewicht te laten verliezen.

Wij kunnen samen met u een persoonlijk plan maken om uw dier weer op een gezond gewicht te krijgen. Wij werken daarin samen met dieetvoeders, ons doel zal zijn om uw dier zo’n 1 tot 2% van zijn huidige gewicht per week te laten verliezen. Tijdens het consult bespreken we het geven van tussendoortjes en ook de beweging komt aan bod. Om de voortgang bij te houden plannen we om de paar weken een afspraak in. 

Wilt u samen werken aan een gezond gewicht voor uw hond?  Dan kunt u contact opnemen met de kliniek.

Oververhitting

Dat je een hond met warm weer niet in een auto moet achterlaten, ook niet met de raampjes open en zelfs geen vijf minuten, dat weet iedere hondenbezitter. Maar ook buiten de auto ligt het gevaar van oververhitting op de loer.
Oververhitting bij honden, ook wel hyperthermie genoemd, kan zeer plotseling optreden en kan een groot gevaar zijn voor de hond. Honden kunnen er zelfs aan overlijden. Herken de signalen op tijd en handel adequaat. Een gewaarschuwde baas telt voor twee! Honden kunnen hun warmte alleen kwijt via de bek (hijgen) en via de voetzolen, dit in tegenstelling tot de mens. Mensen hebben veel zweetklieren die een rol spelen bij het op peil houden van de lichaamstemperatuur. Wanneer een hond zijn warmte niet kwijt kan, raakt hij oververhit. Wanneer er dan niet snel wordt ingegrepen, kan de oververhitte hond in coma raken en zelfs overlijden! Ook kunnen essentiële organen (blijvend) beschadigd raken door een periode van oververhitting.

Symptomen

De hond zal extra gaan hijgen, met de bek wijd open, als poging om de warmte kwijt te kunnen raken. Door de inspanning bij het hijgen zal de lichaamstemperatuur echter alleen maar verhogen en zal er dus nauwelijks afkoeling optreden.
Sommige honden kunnen gaan kwijlen of in extreme gevallen zelfs braken. Oververhitte honden zijn regelmatig niet goed aanspreekbaar en ogen apathisch. De slijmvliezen in de bek en de tong  kunnen donkerrood tot zelfs paars verkleuren. Is de hond al langer oververhit, dan trekt de kleur uit de tong juist weg en wordt het tandvlees grauw. Vaak treedt spierverslapping op en zakt de hond helemaal in, hij kan bewusteloos en zelfs in coma raken.

Eerst hulp bij oververhitting

Een hond koelt het snelst af met alcohol. Als u ergens bent waar u alcohol in de buurt heeft, dep dit dan op de onbehaarde plekken van de hond (liezen, oksels, keelgebied, enzovoort). Alcohol zorgt dat de bloedvaten zich verwijden, zodat de hitte sneller afgevoerd kan worden. Aangeraden wordt om de hond niet verder dan tot 40 graden af te koelen. Als de mogelijkheid om te temperaturen er niet is, dan moet de hond dus heel goed in de gaten gehouden worden. Als deze weer bij bewustzijn komt en het hijgen vermindert, dan kunt u langzaam stoppen met afkoelen. Wanneer de lichaamstemperatuur boven de 41 graden stijgt, dan maakt het niet uit wat u doet: als de hond maar zo snel mogelijk afkoelt!
Het is wel belangrijk om de hond langzaam af te koelen. Gooi niet meteen een emmer water over hem heen, maar laat hem langzaam wennen aan de verkoeling. Hulpmiddelen kunnen een natte handdoek, tuinslang, sloot, enz. zijn. Als een hond alleen maar hijgt, maar geen ernstige verschijnselen vertoont dan is het vaak afdoende om snel de schaduw op te zoeken en hem iets te laten drinken. De hond is dan nog gewoon aanspreekbaar, maar laat duidelijk ongemak zien. Het is verstandig om in alle gevallen van en na oververhitting de dierenarts te raadplegen. Een dierenarts kan infusen geven en eventueel medicatie tegen de shockreactie. Indien het nodig lijkt, kan er bloedonderzoek gedaan worden. Dit zijn patiënten die goed in de gaten gehouden moeten worden, omdat orgaanschade zich later kan openbaren.

Bij Kortenoord zijn ook Cool Matten te koop speciaal voor uw hond om uw hond koelte te bieden. Vraag hierna bij onze assistenten.

Röntgenfoto hond

In de röntgenkamer worden foto's gemaakt met een speciaal voor dieren ontwikkeld röntgenapparaat. Dit apparaat beschikt over een beweegbare tafel, zodat de patiënt niet verschoven hoeft te worden voor het maken van de foto. Wanneer de patiënt het toelaat worden de foto’s zonder narcose genomen. Voor het maken van röntgenfoto's zijn wij gehouden aan strenge wettelijke voorschriften. Dat wil zeggen dat er lood in muren en deuren zit en de eigenaar een loodschort dient te dragen. De assistentes en dierenartsen dragen ter bescherming tegen de straling een loodschort, een schildklierbeschermer en loodhandschoenen. Ook is er een maandelijks controle d.m.v. röntgenbadges, mouwplaatjes die de hoeveelheid straling meten.

De foto’s worden ter plekke ontwikkeld, waardoor de röntgenfoto’s direct beoordeeld en besproken kunnen worden. In onze röntgenkamer worden niet alleen röntgenfoto's gemaakt, maar worden ook echografische onderzoeken gedaan. Dit kan een echo zijn voor het bepalen of er levende pups zijn tot aan echo's van het hart.

Heupdysplasie (HD) röntgen onderzoek bij honden

Om heupdysplasie (HD) binnen verschillende hondenrassen terug te dringen worden de fokdieren röntgenologisch gekeurd. Er worden hoge eisen gesteld aan de kwaliteit en documentatie van de röntgenfoto. Zo is voor een goede beoordeling van de heupgewrichten een röntgenfoto van de hond in rugligging nodig, je de hond moet exact recht liggen. Marèse van Haneghem en Eva van Andel, dierenartsen bij Dierenkliniek Kortenoord zijn door de Raad van Beheer erkend om officiële HD-röntgenfoto’s in te sturen. 

  • Belangrijk is dat, voordat je bij ons komt, er een account is aangemaakt op de website van de Raad van Beheer. Het email-adres dat je hierbij hebt opgegeven, de stamboom én het eigendomsbewijs van de Raad van Beheer mee te nemen naar de afspraak (of te mailen naar info@kortenoord.com ). Deze zijn noodzakelijk voor het indienen van een beoordelingsverzoek en moeten van te voren geregeld zijn.
  • Uiteraard is het van belang dat je hond ten tijde van het onderzoek in goede conditie is.
  • Je hond wordt gesedeerd (kunstmatig in slaap gehouden) en mag daarom 10 uur van te voren niet meer eten, water drinken mag wel.

De kosten van het onderzoek, bestaande uit de dierenartskosten en de kosten voor het beoordelen van de foto door de Raad van Beheer, dienen meteen bij het maken van de röntgenfoto's voldaan te worden aan Dierenkliniek Kortenoord. De foto's zullen digitaal verstuurd worden naar de Raad van Beheer. Dierenkliniek Kortenoord werkt met een digitaal röntgenapparaat, het is mogelijk om een kopie van de röntgenfoto te ontvangen.

Direct nadat de röntgenfoto is gemaakt, wordt deze verzonden naar de Raad van Beheer. Een aantal radiologen (specialisten) in wisselende samenstelling beoordelen de foto. Er vindt een indeling plaats in klassen: A tot en met E. Daarnaast wordt de Norbergwaarde berekend. Conform de regels van de F.C.I. dient de hond voor het maken van HD röntgenfoto minimaal 12 maanden oud te zijn. Voor enkele grote rassen is deze leeftijd minimaal 18 maanden. Meer informatie over de beoordeling en de minimale leeftijd vindt u op de site van de Raad van Beheer.

Elleboogdysplasie (ED) röntgen onderzoek bij honden

Bij een beperkt aantal hondenrassen is naast een HD-onderzoek ook een röntgenologisch onderzoek van de ellebogen noodzakelijk. Bij dit ED onderzoek wordt gekeken of het dier één van de volgende afwijkingen heeft in de ellebooggewrichten: O.C.D. (Osteochondrose Dissecans), L.P.C. (Los Processus Coronoideus), L.P.A. (Los Processus Anconeus) en incongruentie van de elleboog.

De procedure voor het nemen van de ED röntgenfoto’s is nagenoeg identiek aan die van het HD onderzoek. Ook in dit geval worden de foto’s opgestuurd naar de Raad van Beheer. Er worden van beide ellebogen twee of vier foto’s (afhankelijk van het ras) vanuit verschillende richtingen gemaakt. Vaak kiest een eigenaar ervoor om de röntgenfoto’s in combinatie met een HD-foto te laten opsturen. Voor deze onderzoeken geldt een minimum leeftijd die je op de site van de Raad van Beheer kunt nakijken. Marèse van Haneghem en Eva van Andel, dierenartsen bij Dierenkliniek Kortenoord zijn door de Raad van Beheer erkend om officiële ED-röntgenfoto’s in te sturen.

  • Belangrijk is dat, voordat je bij ons komt, er een account is aangemaakt op de website van de Raad van Beheer. Het email-adres dat je hierbij hebt opgegeven, de stamboom én het eigendomsbewijs van de Raad van Beheer mee te nemen naar de afspraak (of te mailen naar info@kortenoord.com ). Deze zijn noodzakelijk voor het indienen van een beoordelingsverzoek en moeten van te voren geregeld zijn.
  • Uiteraard is het van belang dat je hond ten tijde van het onderzoek in goede conditie is.
  • Je hond wordt gesedeerd (kunstmatig in slaap gehouden) en mag daarom 10 uur van te voren niet meer eten, water drinken mag wel.

De kosten van het onderzoek, bestaande uit de dierenartskosten en de kosten voor het beoordelen van de foto door de Raad van Beheer, dienen meteen bij het maken van de röntgenfoto's voldaan te worden aan de Dierenkliniek Kortenoord. De foto's zullen digitaal verstuurd worden naar de Raad van Beheer. Dierenkliniek Kortenoord werkt met een digitaal röntgenapparaat, het is mogelijk om een kopie van de röntgenfoto te ontvangen.

Anders dan de HD uitslag, waarbij het resultaat in verschillende klassen wordt ingedeeld, is de uitslag van ED uitsluitend positief of negatief. Een negatieve uitslag betekent het dat de hond vrij is van bovengenoemde aandoeningen en geschikt is voor de fokkerij.

Penn Hip-foto's bij honden

PennHIP (Pennsylvania HIP Improvement Program) is een methode die is ontwikkeld door de Universiteit van Pennsylvania. Het is een betrouwbare manier om bij (jonge) honden de kwaliteit van de heupen te bepalen. De PennHIP methode mag alleen worden uitgevoerd door dierenartsen die door de Universiteit van Pennsylvania zijn getraind en gecertificeerd. Marèse van Haneghem is hiervoor gecertificeerd. PennHIP is gebaseerd op het feit dat er niet gekeken moet worden of een hond HD heeft (met de daarbij behorende veranderingen aan de heupgewrichten). Maar dat er gekeken moet worden of de hond teveel speling of losheid (“laxity”) in de gewrichten heeft. Dat is namelijk de reden, waardoor hij later HD kan gaan ontwikkelen.

  • De mate van speling in de heup gewrichten geeft een zeer betrouwbare voorspelling van de kans op HD. Er wordt een wiskundige beoordeling gedaan in plaats van een optische beoordeling.
  • De speling kan in principe al gemeten worden bij pups vanaf 16 weken leeftijd. Vooral voor honden die gebruikt worden in de sport of als werkhond, is deze methode een uitkomst. Dit omdat deze honden al getest kunnen worden voordat de training begint.
  • Als de heup informatie van de ouderdieren niet bekend is of waarvan de heupen niet geröntgend zijn, is deze methode ook een uitkomst.
  • Doordat HD al zo vroeg geconstateerd kan worden, wordt chirurgisch ingrijpen eerder mogelijk. Met een veel betere prognose, omdat er (nog) geen artrose in de heupen is ontstaan.

Hoe gaat Pennhip in zijn werk?

De hond wordt onder narcose (sedatie)  gebracht. Daarna worden er drie röntgenfoto’s van de heupen gemaakt: de gewone heupfoto, een distractie- en een compressiefoto:

  1. Gewone heupfoto: een röntgenfoto van de heupen zoals ook bij de HD-screening voor de Raad van Beheer wordt gemaakt.

  2. Compressiefoto: de heupen worden hierbij juist in de kom gedrukt. Dit is de zogenaamde “kikker houding”.

  3. Distractiefoto: de heupen van de hond worden met behulp van een distractor zo ver mogelijk uit elkaar gedrukt. Dat gebeurt met twee rubber rollen waarbij weinig kracht wordt gebruikt. Omdat de hond gesedeerd is zijn de spieren helemaal ontspannen. Hierdoor is er geen risico op pijnlijke heupen zijn na het nemen van de foto’s.

De uitslag van een Penn Hip röntgenfoto

Na het maken van de röntgenfoto’s, worden deze digitaal naar het PennHIP-centrum in de VS gestuurd ter beoordeling. Het PennHIP-centrum baseert de gegevens middels het onderzoek bij tienduizenden honden. Uit alle studies blijkt de kwaliteit van deze methode. Met behulp van al deze uitslagen is er per ras een scorerange opgesteld. Niet elk ras is namelijk hetzelfde gebouwd en ook de soepelheid in de heupen verschilt. Daarom heeft niet elk ras dezelfde normaalwaarden. Bijvoorbeeld; een Duitse Herder heeft veel soepelere heupen dan een Borsoi.

Uit het verschil tussen de distractie- en de compressie-opname kan de “laxity”  (=speling) berekend worden. Een hond met veel speling heeft een grotere kans op het ontwikkelen van HD op latere leeftijd. De maat voor deze speling is de distractie index DI. De eigenaar krijgt een certificaat met daarop de distractie-index van zijn hond. Bovendien worden de gemiddelde waardes van het ras vermeld ter vergelijking. Dieren met waardes onder de 0,3 hebben zeer weinig kans op het ontwikkelen van heupdysplasie en artrose.

Beoordeling Penn HIP röntgenfoto’s

De Penn Hip procedure bestaat uit drie opnames: een gestrekte heupopname, een opname, waarbij de heupen in de kom en uit de kom geduwd worden. Op basis van deze opnames wordt een distractie-index gemeten. Die voorspelt hoe groot de kans is dat je hond last krijgt van artrose van de heupgewrichten. De officiële Penn Hip-foto's worden naar Pennsylvania, VS gestuurd. We kunnen de meting ook zelf doen, maar dan is de uitslag  niet officieel.

OFA keuringen hond

Bij Dierenkliniek Kortenoord kun je naast de PennHIP ook terecht voor OFA keuringen.
OFA  (Orthopedic Foundation for Animals) keuringen worden onder andere bij Australian Labradoodle  gedaan, ook voor andere rassen kun je hiervoor bij ons terecht.​

Contrastfoto's bij honden

Artrogram

Bij een artrogram (artro is gewricht) wordt de gewrichtsruimte gevuld met contrastvloeistof. Hierbij is het gewrichtsoppervlak en vooral de peesaanhechtingen en het verloop van de pees, beter zichtbaar. Deze techniek wordt vooral toegepast in de schouder om bicepspeesletsel op te sporen. Voor het beoordelen van de gewrichtsoppervlakken (OCD) wordt tegenwoordig een CT scan geadviseerd.

Sterilisatie bij de hond

Sterilisatie bij de hond

Een jonge teef wordt voor het eerst loops wanneer ze tussen 6 en 18 maanden oud is. De eerste verschijnselen van loopsheid zijn een gezwollen vulva, interesse van reutjes en na een aantal dagen ook bloederige uitvloeiing uit de vulva. De loopsheid duurt in totaal ongeveer 3 weken, waarvan de bloederige uitvloeiing 7-10 dagen aanhoudt. Een intacte teef wordt 1-3x per jaar loops.

Wat houdt steriliseren/castreren in?

Castratie betekent het verwijderen van de geslachtsorganen. Bij mannelijke dieren zijn dit de testikels, bij vrouwelijke dieren de eierstokken. In de volksmond wordt het woord ‘sterilisatie’ vaak gebruikt voor het castreren van vrouwelijke dieren en ‘castratie’ voor het castreren van mannelijke dieren. Maar in feite zijn beide ingrepen een castratie.

Voordelen van de sterilisatie van een teef

Loopsheid preventie
Na sterilisatie zal een teef niet meer loops worden. Hoewel de ongemakken van het hebben van een loopse teef overkomelijk zijn, is het voor een aantal eigenaren een lastig iets: het vloeien van de teef en de opdringerige reuen bij het uitlaten en om het huis.

Schijndracht voorkomen
Het schijndrachtig worden van een teef is in de natuur een compleet normaal fenomeen. In een roedel wolven of wilde honden worden de zogenaamde alfa teven gedekt en de andere teven worden schijndrachtig (eigenlijk “schijnmoeder”). De schijndrachtige teven voeden ook daadwerkelijk de pups van de alfa teven en dragen zo bij aan de verzorging van het nageslacht.  

Bij onze gedomesticeerde huishond is het schijndrachtig worden van de teef vervelend voor de baas en zo mogelijk nog vervelender voor de hond zelf. Na sterilisatie kan de teef nog éénmaal schijndrachtig worden (als ze daar aanleg voor heeft). Dat kan dan met medicatie goed verholpen worden. Daarna zal ze nooit meer schijndrachtig worden. 

Voorkomen van een baarmoederontsteking 
Tijdens de loopsheid gaat de baarmoedermond open en kunnen er bacteriën van buiten in de baarmoeder terecht komen. Hierdoor kan een teef een baarmoederontsteking ontwikkelen.  

De kans op een baarmoederontsteking wordt groter naarmate de teef vaker loops is geweest, vanwege de herhaalde invloed van hormonen. We zien dit daarom vaker bij wat oudere intacte teven. Uit onderzoek blijkt dat bij niet-gesteriliseerde teven de kans op baarmoederontsteking voor het 10e levensjaar rond de 20-25% ligt. 

Verlaging van het risico op tumoren van melkklieren 
Indien de sterilisatie vroeg in het leven van de teef plaatsvindt, in ieder geval voor de tweede loopsheid, zal de kans op het ontstaan van melkkliertumoren aanzienlijk kleiner worden. 

Honden die voor de tweede loopsheid gesteriliseerd worden hebben 15x minder kans op kwaadaardige melkkliertumoren dan honden die niet of op latere leeftijd gesteriliseerd zijn. 

Voorkomen van suikerziekte 
Het geslachtshormoon progesteron kan het lichaam ongevoelig maken voor insuline. Hierdoor heeft intacte teef een grotere kans op suikerziekte dan een gesteriliseerde teef.

Nadelen van de sterilisatie van een teef

Gewichtstoename 
Na sterilisatie verandert de stofwisseling van de teef. Daardoor heeft ze minder calorieën nodig dan voor de sterilisatie. Door de hoeveelheid calorieën aan te passen, hoeft een teef niet zwaarder te worden na de sterilisatie. We kunnen met behulp van het programma Feedwise precies berekenen wat de caloriebehoefte is voor uw hond. Het is aan te raden uw hond in de maanden na sterilisatie regelmatig te wegen. 

Incontinentie van urine 
Bij ongeveer 3% van de gesteriliseerde teven kan na de sterilisatie urine incontinentie optreden. De sluitspier van de blaas wordt bij afwezigheid van hormonen wat minder sterk. Deze honden kunnen onwillekeurig druppeltjes urine laten lopen. Een ander vrij typisch verschijnsel is dat er een natte plek in de mand achterblijft nadat de hond opstaat na het slapen. Door de druk op de blaas tijdens het liggen sijpelt er onwillekeurig wat urine uit de blaas.  

Urine incontinentie komt vaker voor bij grote honden met een lichaamsgewicht van boven de 25 kg. Bovendien is het risico hoger wanneer de sterilisatie voor de eerste loopsheid is gedaan dan bij sterilisatie na de eerste loopsheid. Vooral bepaalde rassen blijken gevoelig: bij de Boxer, Dobermann, Dwergpoedel, Old English Sheepdog (Bobtail), Bouvier, Weimeraner, Dalmatiër, Riezen-Schnauzer, Zwitserse Sennen en de Ierse Setter kan in 10-30% van de dieren incontinentie optreden na sterilisatie.  

De incontinentie is in het algemeen vrij goed te behandelen met medicatie, maar de behandeling zal de rest van het leven nodig zijn. 

Verandering van vachtstructuur 
Vooral bij langharige honden blijkt na sterilisatie de vachtstructuur te kunnen veranderen. De vacht kan dikker worden, meer krullend en moeilijker te onderhouden. 

Gewrichtsproblemen 
Hormonen hebben invloed op de groei van de botten in het lichaam. Honden die gesteriliseerd worden voordat ze volgroeid zijn groeien over het algemeen minder mooi uit en kunnen wat slungeliger worden dan honden die niet of later gesteriliseerd zijn. Ook is de kans op gewrichtsproblemen zoals elleboogdysplasie, heupdysplasie en een gescheurde kruisband groter bij een teef die voor de puberteit is gesteriliseerd dan bij een teef die niet of later is gesteriliseerd. Dit speelt met name bij honden die zwaarder zijn dan 20 kg. Het is belangrijk om te realiseren dat verschillende factoren een rol spelen bij het ontstaan van gewrichtsproblemen (denk aan overgewicht, overbelasting, anatomische aanleg) en dat wel/niet steriliseren daar niet de belangrijkste factor in is. 

Kans op tumoren 
De laatste jaren zijn er een aantal onderzoeken gepubliceerd waaruit blijkt dat gesteriliseerde honden een hoger risico hebben op de ontwikkeling van bepaalde tumoren, zoals osteosarcoom, lymfoom, hemangiosarcoom en mastceltumoren. De resultaten verschillen enigszins per onderzoek en per ras en het risico lijkt groter bij honden die voor de puberteit gesteriliseerd worden dan honden die na de puberteit gesteriliseerd worden.  

Andere tumoren komen juist minder vaak voor bij gesteriliseerde honden dan bij intacte honden. Gemiddeld leeft een gesteriliseerde hond 1,5 jaar langer dan een niet-gesteriliseerde hond.

Het beste tijdstip van de sterilisatie van een teef 

Leeftijd 
Het mooiste tijdstip om te steriliseren is na de 1e loopsheid of in ieder geval voor de 2e loopsheid. Na deze loopsheid gaan namelijk een aantal van de genoemde voordelen, met name de verkleinde kans op melkkliertumoren, minder zwaar meetellen.  

Moment in de cyclus 
De “rustfase” van de cyclus is het meest ideale moment om een teef te steriliseren. Dit is tussen twee loopsheden in. Preciezer gezegd komt dit neer op 3 maanden na het begin van de loopsheid. Rond de loopsheid is de doorbloeding van de baarmoeder en eierstokken relatief hoger, waardoor er meer kans is op bloedingen tijdens of na de operatie. Wanneer een teef wordt gesteriliseerd in de eerste 2 maanden na de loopsheid, is er bovendien een grotere kans op schijndracht na de operatie. In bepaalde gevallen zal van de bovengenoemde ideale tijdstippen moeten worden afgeweken om medische redenen.

De operatie

Op de dag dat de operatie gepland staat vragen wij uw hond nuchter te brengen. Op de kliniek wordt uw hond onder narcose gebracht met een injectie slaapmiddel en een pijnstiller. Vervolgens krijgt de hond een infuus en wordt ze geïntubeerd met een kunststof buisje in de keel waardoor zuurstof en gasnarcose toegediend worden. De buik wordt geschoren en gedesinfecteerd.  

Methoden  
De sterilisatie van vrouwelijke dieren kan op twee verschillende manieren gedaan worden bij Dierenkliniek Kortenoord: de "reguliere" manier of middels laparoscopie.  

Bij de reguliere sterilisatie maken we een snede in de buik waardoor de eierstokken worden verwijderd. De baarmoeder hoeft in principe niet verwijderd te worden, tenzij deze er afwijkend uitziet. De eierstokken produceren de hormonen, wanneer deze zijn weggehaald wordt de baarmoeder klein en inactief en kan geen problemen geven in de toekomst. De buikwand en de huid worden gesloten met hechtdraad. De wond wordt onderhuids gehecht. We adviseren om gedurende 10 dagen de hond een shirtje of kraag om te doen om te voorkomen dat ze aan de wond gaat likken en deze geïnfecteerd raakt. 

Daarnaast zijn wij bij Dierenkliniek Kortenoord al jaren bedreven in de laparoscopische sterilisatie. Dit is een kijkoperatie in de buik (laparo = buik en scopie = kijken).  

Bij de laparoscopie worden drie kleine gaatjes gemaakt in de buik. Een camera, een brander en een tang worden ingebracht en via dezelfde snedes kunnen de eierstokken worden verwijderd. Het grote voordeel is dat deze methode een beperkte belasting voor de patiënt met zich meebrengt. Immers, er zijn maar kleine snedes nodig. Er hoeft dus geen snede gemaakt te worden waar minimaal een hand doorheen kan. Bovendien kunnen de eierstokken weggehaald worden op de plek waar ze van nature liggen, tegen de rug aan. Bij de reguliere ingreep moeten de eierstokken omhoog worden getrokken naar de opening in de buikwand om ze te kunnen verwijderen. Dit geeft spanning op de ophangbanden van de eierstokken en daardoor meer napijn na de operatie. 

Het herstel na een laparoscopische ingreep is sneller dan na een reguliere sterilisatie. Honden hoeven geen rust te houden in de dagen na de laparoscopische operatie. Alleen zwemmen wordt afgeraden gedurende de eerste 14 dagen. 

Wanneer het dier weer goed wakker is mag ze naar huis. U krijgt een formulier mee (nazorg) waarop staat aangegeven waar u de dagen na de operatie rekening mee moet houden.

Een peri-operatief bloedonderzoek 
Wij adviseren bij een ingreep onder narcose altijd een peri-operatief bloedonderzoek uit te voeren. Bij dit onderzoek nemen wij voordat uw huisdier onder narcose gaat, of in enkele gevallen als uw huisdier reeds gesedeerd is, een beetje bloed af zodat we een bloedonderzoek kunnen inzetten. Dankzij dit bloedonderzoek krijgen we een actueel en compleet beeld van de bloedwaardes van uw huisdier. 

Standaard werken wij met de meest veilige narcosemiddelen voor een gezond dier. Helaas gebeurt het soms dat huisdieren nog geen klachten vertonen van afwijkingen die we met een bloedonderzoek al wel kunnen aantonen. Mochten wij afwijkende waardes tegenkomen in het bloed (denk bijvoorbeeld aan afwijkende lever- of nierwaarden), dan kunnen wij de narcose zodanig aanpassen dat er zo min mogelijk risico’s aan de narcose kleven, zoals bijvoorbeeld het gebruik van andere narcosemiddelen, andere pijnstillers of extra infuus.  

Thuis zijn een aantal punten belangrijk

  • Houd het dier in een rustige omgeving om stress te voorkomen;
  • Op de dag van de narcose kan de hond nog wat misselijk zijn en niet willen eten. Vanaf de dag na de operatie moet ze wel weer iets willen eten. Soms helpt het om een klein beetje natvoer aan te bieden;
  • Controleer dagelijks de wond, neem contact op met de kliniek bij hevige zwelling, roodheid en/of vieze uitvloeiing;
  • Na de sterilisatie gaat de stofwisseling omlaag, honden hebben dan dus minder calorieën nodig dan daarvoor. Indien uw hond nog puppyvoer krijgt, adviseren we na de sterilisatie over te stappen op adult voeding.

Na 10-14 dagen zien we uw hond graag terug voor wondcontrole.

De beslissing om uw hond wel of niet te laten steriliseren, kunt u altijd overleggen met uw dierenarts. U kunt bij ons terecht voor een passend advies voor uw hond.

Mocht u na het lezen van de bovenstaande informatie nog vragen hebben, dan kunt u ons uiteraard altijd bellen op 0317 - 412 432.

Teek bij de hond

Onze zomers worden warmer en daardoor kunnen teken uit zuidelijke landen hier makkelijker overleven. Teken komen tegenwoordig het hele jaar voor, dus zowel in de zomer als in de winter. Het is van groot belang om te zorgen dat uw huisdier tekenvrij is. Dat is de enige manier om te voorkomen dat uw huisdier levensbedreigende ziekten van teken krijgt.

Iedereen die regelmatig met zijn hond in het bos loopt heeft er wel eens een gezien en inmiddels is duidelijk dat ze lang niet zo onschuldig zijn als we lange tijd gedacht hebben. Behalve vervelende ontstekingen op de bijtplaats, vaak nog gevolgd door een nare likplek door de hond zelf, zijn er inmiddels een flink aantal ziekten bekend die door de teek op zijn 'gastheer' worden overgebracht.
De bekendste ziekte is de Ziekte van Lyme. Hoewel er discussie is over het al dan niet voorkomen van deze ziekte bij honden, is het onze ervaring dat er toch regelmatig honden worden aangeboden met typische neurologische (zenuw-) en gewrichtsklachten. Bij bloedonderzoek blijkt dan dat zij in aanraking zijn geweest met de Borreliabacterie, de verwekker van de Ziekte van Lyme bij mensen. De Borreliabacterie zit in Nederland in het speeksel van ongeveer 20% van de teken. Zulke teken zullen uw hond lang niet altijd besmetten.

Andere door teken overgedragen ziekten zijn zeldzamer. Het gaat dan om Babesiosis en Ehrlichiose. Beide ziekten komen in Nederland inmiddels ook voor, de dragende teken zijn meegebracht uit zuidelijke vakantiegebieden.

Voor de hond zijn pipetten en tabletten op dit moment het meest effectieve middel. Er zijn pipetten die tegen de zandvlieg beschermen die in het zuiden van Europa de ziekte Leishmania kan veroorzaken. Midddelen die niet tegen de zandvlieg werken, kunnen aangevuld worden met een speciaal halsband dat wél beschermt.

Twijfelt u over welk tekenmiddel het beste is voor uw hond, neem dan contact op met onze kliniek. Wij kunnen u een goed advies op maat geven.

Wassen van de hond

De vacht en de huid van een normale, gezonde hond hoeft niet regelmatig gewassen te worden (één tot drie keer per jaar). Als de vacht vuil is (lastig bij lichtgekleurde honden) of ruikt, bestaat vaak de behoefte om het dier te wassen.

Wassen impliceert het gebruik van een shampoo: het nut daarvan is het verwijderen van huidschilfers, het reinigen van de huid en het laten glanzen van de vacht. Honden met een normale gezonde huid hoeven niet met een shampoo gewassen te worden. In veel shampoos zitten sterk uitdrogende en reinigende bestanddelen die te veel huidhoorn verwijderen of de beschermende vetlaag van de huid aantasten. Vet en huidhoorn zijn nodig om de huid intact te houden.
Elke hond heeft een lichte "hondengeur" die sterker waarneembaar is als de hond nat is of als het erg warm is. De hond hoeft niet altijd gewassen te worden tegen deze hondengeur. Bij een gezonde hondenhuid kan beter alleen water gebruikt worden om het dier te wassen (eventueel een milde honden shampoo). Indien de hond echter een afwijkende huid heeft, bijvoorbeeld vet, droog, schilferig of met infecties, dan kan er met speciale (medicinale) shampoos, aangepast aan het huidprobleem, gewassen worden. Hierover kan uw dierenarts goede informatie geven.

Leidt regelmatig wassen tot irritatie van de hondenhuid?

Een normale hondenhuid zal zeker geïrriteerd raken door teveel wassen. Producten die sterke detergentia (reinigingsmiddel) of ander potentieel irriterende stoffen bevatten (zoals de meeste parfums) moeten vermeden worden. Verder is het erg belangrijk dat de resten van de shampoo na het wassen zorgvuldig worden weggespoeld. Honden met een afwijkende huid zullen baat hebben bij herhaald wassen met een aangepaste shampoo.

Welke shampoo?

Dit hangt af van de reden waarom u wilt wassen. Gaat het om een hond met een normale huid die gewassen wordt omdat hij vies is dan zal alleen water (of eventueel een milde hondenshampoo) volstaan.

Let wel op: er is een groot verschil tussen een mensenhuid en een hondenhuid. Hoewel de huid van de hond talrijke zweetklieren bevat, dienen deze niet (zoals bij de mens) voor de temperatuurregulatie (zweten) maar dragen ze bij aan de beschermende oppervlaktelaag van de huid. Daarnaast is een hondenhuid minder zuur dan die van de mens.
Daarom is een shampoo voor gebruik bij de mens absoluut niet geschikt voor een hondenhuid. Voor honden met een huidprobleem is het noodzakelijk om zorgvuldig een goede hondenshampoo uit te zoeken die het huidprobleem zal verlichten. De dierenarts zal u daarin begeleiden en adviseren.
Alleen de juiste shampoo zal bijdragen aan de oplossing van het probleem terwijl een onjuiste shampoo extra problemen kan veroorzaken.

Zijn shampoos werkzaam tegen vlooien en teken?

Het effect van shampoos die werkzame bestanddelen bevatten tegen vlooien en teken werken slechts kortdurend tegen de uitwendige parasieten. De vlooien die aanwezig zijn op het moment van de wasbeurt zijn wel dood, maar de huid kan meteen opnieuw besmet worden met parasieten uit de omgeving. De anti parasitaire bestanddelen van de shampoos zijn vaak zeer irriterend en drogen de huid erg uit. In vlooienbestrijding gebruiken we liever andere producten (pipetten of tabletten).

Hoe moet ik mijn hond wassen?

Eerst moet de hond geborsteld en ontklit worden. Eventueel in de gehoorgangen een prop watten steken zodat er geen water of zeep naar binnen kan vloeien. Maak de hond goed nat met lauw water. Vermijd nat maken van de ogen, oren en neus. Breng de shampoo aan op de nek en rug. Masseer de shampoo goed in de vacht en voeg eventueel extra water toe. Laat de shampoo even inweken en spoel daarna grondig uit. Eventueel het dier een keer wassen. De vacht uitspoelen tot er geen zeepresten meer zijn. Dit is zeer belangrijk om huidirritatie te voorkomen.
Laat de hond zich na het wassen goed uitschudden. De vacht moet goed uitgekamd worden. Daarna met een handdoek de vacht goed droogwrijven. Het spreekt vanzelf dat u het dier niet mag laten opdrogen op tochtige plaatsen. Men kan eventueel het dier met de haardroger drogen, maar altijd voldoende afstand houden in verband met gevaar voor verbranding.

Heb je het antwoord op je vraag niet gevonden, bezoek dan onze Dier en Zorg Gids.